Nepal

.

Camperreis   mei - juni 2011

laatst gewijzigd: 27-10-2017


     

 

 

 

Op weg van Karlsruhe via Baden-Baden naar:

Dresdennaar de startpagina van deze site: Moustache tekst & beeld

Bij vertrek lozen we nog even ons afval, inclusief de stoel die -nog- niet kapot was, maar ons het ergste doet vrezen- en dan gaan we verder richting het zuiden: eerst naar Ettlingen. We zakken nu eerst af naar Herrenalb en dan naar Gernsbach -dat betekent dat we alweer direct volop kunnen genieten van de route, met een trammetje een groot deel van het traject naast ons- en dan eerst een bezoekje gaan brengen aan Baden-Baden

week 1
DEEL twee

10 mei t/m 16 mei 2011

Zaterdag 14 mei

gereden: 53 km

Het duurt ook hier weer even voor we een geschikt plekje hebben gevonden om de Heppiebuzz neer te zetten. Er zijn genoeg garages, maar daar passen wij niet in, en veel 'straatvakken' staan vol. Toch slagen we erin een goeie stek te vinden in de Maria Victoria Strasze, maar dan moeten we wel het 'onderbord' negeren: verboden voor campers. In nog geen twee minuten staan we in de voetgangerszone, maar eerst leggen we een bruidspaar vast dat een ritje per koets gaat maken.

Vervolgens zien we een stel dat, gezeten te paard, bij een restaurant een glaasje drinkt. Ook dat vinden we bijzonder genoeg om te vereeuwigen.

Natuurlijk is -de naam zegt het al- deze stad een kuuroord. Het straalt luxe uit, maar doet wel veel gemoedelijker aan -minder hautain- dan bijvoorbeeld het Tsjechische Karlovvy Vary.

 

Daarom lopen we naar het Kurhaus en dan door naar de Trinkhalle, waar een fotografe net bezig is weer een ander -nu wel jong- bruidspaar in allerlei standen te schieten. Natuurlijk doe ik naar hartenlust mee.

 

Zo te zien hebben ze hier ook een Russisch-orthodoxe kerk, want het zo kernmerkende torentje schittert in de zon.

Het is ook hier weer echt zaterdag = trouwdag, want we komen nog drie bruidsparen tegen... Vooruit, nog eentje dan...

We halen keurig binnen het uur -de maximale parkeertijd- de camper weer op en zien dat we bonvrij zijn: gelukkig maar. Ons hoofddoel wordt nu de B-500, een heerlijk slingerende weg die ook wel bekend staat als de Schwarzwalder Hochstrasze. We gaan door het Bühlertal, maar vooral met veel S-bochten omhoog naar de Bühlerhohe. Juist als we denken het hoog(st)epunt te hebben gehad en weer in de afdalingen te zitten, gaan we alweer stijgen. Maar er komt toch op een gegeven moment een eind aan en dan zitten we zo ongeveer op de splitsing naar Freudenstadt. Aangezien het zaterdag is en we nog eten voor het weekends moeten hebben, besluiten we Germaine te vragen waar we een supermarkt kunnen vinden. Ze komt weer met alleen Pennymarkten -hebben die Garmin gesponsord?- en daar vullen we dus onze voorraad aan.

We zien onderweg nog een heel mooi plaatje: in vieren horizontaal genomen -netjes met overlap- en dan in het bewerkingsprogramma alles aan elkaar plakken en de zwarte randen verwijderen. Zo simpel is het eigenlijk.

Vanaf hier is het nog een halfuurtje rijden via de Zwieselberg -nee, niet de Zwiebelberg, zoals ik ook eerst dacht- naar de plek waar we dit weekend staan:

 

ACSI - camping:

Alisehof (Schapbach)  

een geweldig familiale camping waar we hartelijk welkom worden geheten door de eigenaar, die ons meteen meetroont naar een geschikt plekje: naast de beek.

Heel apart, en dat blijkt ook de camping zelf te zijn: best behoorlijk groot, maar door de terrasopbouw -wat zelfs in eerste instantie niet opvalt door de 'aanvoerroute' die er doorheen loopt- bijzonder gemoedelijk aandoend. En... schitterend sanitair!

 

 

zondag 15 mei

rust- en wandeldag

 

gelopen: een half uur
en tien minuten

 

van de camping naar de
Grillhut en weer terug...

We hebben op basis van de weersverwachting het programma een beetje aangepast, maar ook de directe omgeving nodigt niet direct uit tot fietsen. Het ziet er erg heuvelachtig uit en dat lukt misschien nog wel met mountainbikes, maar niet voor de gewone fiets. Bovendien: er komt in de ochtend regen en daarna wordt het beter. Zeggen ze...

Ook in Duitsland kunnen ze het weer niet echt voorspellen, zoals zal blijken. In de ochtend lijkt het wel aardig: zonnetje, maar dun windje.

Loes zit nog even buiten, maar heeft het zodra de zon weg is behoorlijk fris. Ik zit binnen, werkend aan het verslag, maar ook daar is het -met de open schuifdeur- fris. De warmte en gezelligheid komen eerst van de 'Vroege Vogels' en daarna van Anne, met haar 'Egmond binnen', de twee favoriete radio-programma's voor de zondagochtend.

Na de lunch willen we op stap: de eigenaresse van de camping heeft even snel een kaartje uitgetekend, zodat we 'via de berg' een rondje om kunnen en dan uitkomen bij de beren- en vossenopvang. Verwaarloosde dieren van deze twee soorten leven daar vreedzaam samen en krijgen er een nieuwe kans.

Net als ik de jas aan heb en de schoenen klaarstaan, begint het te regenen. Terug dus de Heppiebuzz in. Dan maar de bui afwachten.

 

Na drie kwartier -en twee kleinere buitjes- besluiten we alsnog op stap te gaan. We volgen de route over de camping naar de grill-hut. Die denken we al snel te hebben gevonden, maar dat blijkt hem niet te zijn,.. we zoeken wat, vinden dan toch een pad en moeten flink klimmen... Volgens een paar bordjes onderweg leidt dit naar de Hölle, maar wij hebben geen idee wat dit is en waar het ligt. Na een ruime 20 minuten zien we links -wij dachten dat dit dan de T-splitsing voorbij de hut moest zijn- iets dat wellicht op een grill-hut lijkt. Inderdaad: dit is 'm! Achter ons neemt het gerommel steeds meer toe en de lucht trekt helemaal donker dicht. Loes wil al vijf minuten terug -ze heeft het niet zo op onweer in een bos- maar volgens mij staan de koeien, die hier grazen, nog niet in de onweerstand: kont naar de wind. Dus lopen we nog een stukje door, op zoek naar die T-splitsing. We zien iets dat erop lijkt, gaan -zoals ook het kaartje zegt- linksaf, maar twijfelen. Dan vallen de eerste druppels...

In looppas snijden we de hoek af: het is nog maar 60 meter terug naar de overdekte zitgelegenheid naast de hut. Die bereiken we dus al snel en inderdaad: de koeien staan nu met de kont naar het naderend onheil gekeerd. Wij zitten droog en kunnen nu precies zien hoe het weer zich ontwikkeld. In ieder geval flitst het af en toe en de klappen komen er direct achteraan: wee zitten er middenin.

De stemming wordt melig: we vragen aan elkaar of we een bratwurst of een hamburger willen bestellen en ik geef aan er wel een Alpirsbach Klosterbrau bij te willen. Loes gaat voor een Dornfelder. We opperen -om droog thuis te komen- een van de klaptafels omgekeerd boven ons hoofd te houden en dan de berg weer af te dalen.

Na een half uur zien we het boven de berg waar het onweer begon, nu weer opklaren. Vanuit het dal zie je de mist- en wolkenslierten weer opkomen en de vogels beginnen weer te fluiten. Het einde nadert...

 

 

Na nog tien minuutjes wachten, besluiten we de terugtocht te aanvaarden. Het is droog. Dalen gaat altijd sneller, dus we hebben nu nog maar eenderde van de tijd nodig -bovendien lopen we het laatste stukje ander- en zijn na tien minuten weer op de camping. Gauw de warme camper in, want het voelt wel kil aan. De rest van de middag en avond blijven wisselend. Zo denk je weer in de zon te kunnen zitten, zo begint het weer flink te regenen. Voor de natuur een zegen, want ook hier hebben ze in de afgelopen zes weken slechts drie keer een regenbuitje gehad, zo vertelde de eigenaar van de Alisehof.