|
17 augustus:
Scheldevallei en Zwalm
Op het programma voor vandaag staat
eigenlijk weer de Rodelandroute, maar dan in omgekeerde volgorde. Het eerste
stuk hebben we immers al gehad, maar door het slechte weer moeten afbreken.
We doe een stuk gecombineerd met de Scheldevalleiroute en we gaan de
Zwalmstreek in.
Voor het zover is, ga ik eerst met de
Zafira 'de hoek om': daar zit namelijk een Nissan-garage, waar ze mij
hopelijk kunnen vertellen wat er moet worden gedaan om de melding
'koelvloeistofpeil controleren' weg te krijgen. Waarschijnlijk gewoon
bijvullen, maar we verwachtten eigenlijk niet dat dit 'spontaan' te laag is.
De garagist is nog even bezig met het verwisselen van een wiel en dan komt
hij bij me. Hij is het met me eens: het peil is te laag. Dus komt er een
kanneke aan te pas en wordt er bijgevuld. Wat ik hem verschuldigd ben? Hij
houdt de kan nogmaals tegen het licht, bekijkt wat er uit is gegaan en komt
tot een verrassende conclusie: halve liter, dat is 1 euro 57. Ik hoop dat
het vakantiebudget dit kan trekken ;-))
We pakken alle spullen bij elkaar, na
ons eerst wat 'luchtiger' te hebben gekleed. Het ziet er namelijk naar uit
dat het een mooie dag wordt, dus gaat de korte broek en het hemd aan.
We fietsen richting Schelde -dat is eigenlijk vlak achter ons- en moeten
even zoeken naar het juiste paadje, dat er vlak langs moet lopen. We gaan in
zuidelijke richting, naar Gavere. Opnieuw wordt het ons duidelijk: we mogen
in Holland blij zijn met die mooie fietspaden.
Hier is het flink afzien: het
wegdek zit vol kuilen, hobbels en boomwortels. Er zijn stukken bij, waarbij
vergeleken de kinderhoofdjes nog heilig zijn.
Net als we denken het ergste te hebben
gehad, gaat de Schelderoute rechtdoor, maar loopt er voor ons een pad naar
rechts, dus meer parallel aan de Schelde. Nou, dat zullen we weten!, deze
keuze! Banddik is echt teveel gezegd en je trekt geregeld door de modder.
Het sliert en sleurt en Loes stapt zelfs even af. Mijn kuiten zitten onder
de modder: is dit toeristisch of valt het onder veldrijden? Vlak voor
we bij het 'echte' pad langs de Schelde komen, moeten we zelfs de fiets
lopend voort- en omhoog duwen. Hé, er is dus ook nog een 'normale weg'. Ook
dat is sterk overdreven, want hier liggen wel erg grote naden tussen de
klinkertjes (die bovendien geen van alle vlak liggen). We rijden nu vlak
langs de rivier en dat gaat gelukkig wel goed.
We
zijn ook niet de enigen: een ander fietsend stel rijden wij voorbij als zij
een appeltje eten.
Dit drietal gaat vervolgens weer langs
ons al we een boterham pakken. Als laatste zien we hen onder bij het kanaal,
op het moment dat wij er alweer overheen rijden. Dat levert weer een mooi
plaatje op...
In Gavere wijken we even af van de
route: we willen koffie en rondkijken hoe de 'woonstee' van onze gastheer
en -vrouw eruit ziet.
Hardrijders willen ze hier niet, getuige het beeld bij
de toegangsweg naar het dorp.
Overigens geen idee hoe ze hier het betalingsverkeer regelen, maar het is in
ieder geval niet 'buitenlander-vriendelijk'. Pinnen lukt namelijk bij vier
banken niet: andere pas nodig of de automaat accepteert geen internationale
kaarten.
De eerste koffietent die we op het oog hadden, verlaten we alweer
als er nog maar één voet binnen staat: veel te chique.
We lopen eerst maar even naar het
gemeentehuis, dat op een heuveltje staat en van daaruit kijk je zó op de
hoofdstraat van het dorp. Daar zit rechts nog een andere koffietent: aan een
van de buitentafeltjes -van een terras kun je hier niet spreken- nemen we
koffie. helaas hebben ze er niets bij.
We pikken het knooppuntennetwerk weer
op, richting Dikkelvenne. Van daaruit rijden we eerst naar Oudenaerde, een
stad waar we al eerder een ''avondbezoekje' brachten (in 2003), maar die we
nu met de dagelijkse bedrijvigheid willen bekijken.
We hebben nu tenminste
gelegenheid het werkelijk schitterende stadhuis te bekijken, dat ons erg aan
Gouda doet denken. Uitgebreid lopen we eromheen en leggen natuurlijk ook dit
fraaie bouwwerk op foto vast.
We halen in het stadhuis -daar zit de
VVV- een stadsplattegrond, met meteen een
beschrijving van een wandeling.
Er blijkt hier zelfs een informatiecentrum
over 'De Ronde van Vlaanderen', waar op dit moment een tentoonstelling te
zien is met de veelzeggende titel 'De pruik van Pantani'.
We bezoeken echter eerst de kerk er
tegenover, waar de klokken niet in de toren hangen, doch ernaast staan.
De wandelroute voert naar een 'modern
kaal plein', maar dat blijkt de enige mogelijkheid te zijn om bij de brug te
komen die over het water voert. Trapje af en dan langs de oever richting
centrum.
Om de rivier nu weer over te steken,
gaan we uiteraard over een brug, maar dat is hier een heel speciale. Hij is
enigszins vergelijkbaar met de hefbruggen in Boskoop of Waddinxveen, want
ook hier gaat de gehele brug horizontaal omhoog om ruimte te maken voor een
onderdoorvaart.

We hebben 'geluk': er komt net een
binnenvaartschip aan, zodat we precies kunne volgen hoe de techniek hier
werkt. Er staan vier stalen pijpen -aan weerszijden twee- die een
hydraulische functie hebben. Zó schuift de brug in een rustig tempo omhoog.
Als het verkeer er weer overheen kan,
zien we een restaurantje aan de overkant.
Op het drukbezochte terras vinden we
nog een plekje in de zon, waar we genieten van het weer, de voorbijgangers
en natuurlijk de drank. Deze keer is dat een Ename blond en een Liefmans
Fruitesse kriekbier.
We vervolgen nu onze fietstocht, op
weg naar Dikkele. Eerst slingeren we wat door het centrum en dan worden we
langs de rivier geleid. Je ziet hier nog een mooi voorbeeld van de industrie
waar de Belgen -terecht- zo trots op zijn: een huisbrouwerij.
Een heel mooie, verrassende route. Daar aangekomen vragen
we aan een Dikkelaar naar een lekker restaurantje, dat hier moet zijn
volgens de vier Belgen die we bij het biermuseum hebben ontmoet. Alleen: we
weten de naam niet meer. Gelukkig zijn er maar twee restaurantjes en we
hadden wel onthouden dat het recht tegenover de kerk moet zijn.
Als we de
naam van de linker-uitspanning lezen komt het weer boven drijven: 'Poezenelle'.
Ziet er niet echt druk beklant uit, en we waren zojuist al gewaarschuwd: een
van de twee is pas vrijdag open. Toch zit hier volk binnen, dus wij stappen
ook over de drempel. Veel verder komen we niet: het blijkt afgehuurd voor de
plaatselijke bejaardenkaartclub. Die stapt net op, maar dan gaat de deur ook
toe. Wellicht bij de buurman, maar hij weet niet of je daar ook kunt eten.
Helaas: de nieuwe eigenaar heeft wel een kleine kaart, maar daarop prijken
alleen wat broodjes.
We fietsen verder. We hebben nog even
de moed om richting Palaten te rijden -daar hadden we onderweg wel
iets gezien- maar daar zijn we toch al te ver voorbij. Dus besluiten we af
te koersen op Merelbeke. Bij het kerkdorp Munten, behorend tot de
gemeente Merelbeke, zien we wederom twee restaurants vlak naast elkaar: De
Coene en De Zoete Zonde. De naam van die laatste blijkt aantrekkelijker dan
het terras, dus schieten we vlak vóór een hele buslading -zit altijd goed-
bij De Coene het terras op. Heel mooi aangelegd, in een parkachtige
omgeving. Het busvolk zit binnen en wij genieten buiten met nog drie andere
stellen van de rust die hier heerst. En van het eten: dat is geweldig,
evenals de bediening.
Het laatste stukje naar 't Klein
Huizeke is dus een fluitje van 'n cent: dit was duidelijk binnen de
bierzone. We sluiten af met 64 kilometer op de teller. |