La France

Rondreis met de

camper

2010Camperreis Noord-oost Frankrijk week 1          Wandelen in het Parc Natural des Vosges     Camperreis Noord-oost Frankrijk: bezoek aan Metz

Camperreis Noord-oost Frankrijk week 2 - deel 1    Camperreis Noord-oost Frankrijk week 2 - deel 3

 vrijdag 13 april...    ''Saverne en door naar Strasbourg''                                         voor het laatst bijgewerkt op:  26-10-2017
REISVERSLAG

We zijn -met de wekker- opgestaan, want voor vandaag staat er best een druk programma in de planning. We beginnen met een bezoekje aan het stadje Saverne en dan rijden we door naar Straatsburg.

Vooraf had ik al in de gids gelezen dat je kunt parkeren bij de Place General de Gaulle. Die wordt dus in onze Garmin/Germaine ingevoerd en we rijden keurig netjes het plein op. Daar lijkt het even wat lastig te parkeren, maar er zit nog een heel stuk naast en op de vijftig plekken staan daar maar drie auto's. Plek genoeg dus.

We wandelen eerst naar het wat oudere stadsdeel en komen dan via een 'achterafstraatje' -in de positieve betekenis van het woord- terecht bij een unieke sluis. Hier laat men namelijk niet het water van het hogere deel omlaag in de bak stromen -of uit de bak naar het lagere deel- maar wordt het water naast de sluis in een extra -niet zichtbare- bak tijdelijk 'opgeborgen' om te worden hergebruikt.

Er komt net een binnenvaartschip aan, dus we gaan eens van dichtbij bekijken hoe dit werkt. Het schip komt uit het lagere deel -vijf meter dertig verschil- en vaart onder de brug voor het stadsverkeer door de sluis in.

Dan rent de schipper -hij is maar alleen- over zijn dertig meter lange schip heen en weer om alle trossen vast te krijgen. En weer naar zijn kajuit, om de zacht lopende motor nu stil te leggen. Een indrukwekkend schouwspel. Pas als hij een handel overhaalt in de muur van de sluis, klapt er een bordje om op de kade en gaan de sluisdeuren dicht. Dan stroomt het water uit de opvangbak de sluis in en zie je de boot langzaam stijgen

 

We lopen nog even door een winkelstraat en gaan dan terug naar de buzz, om onze route naar Strassbourg af te leggen. Dat gaat voorspoedig, maar dan is het de kunst om een parkeerplek te vinden. Genoeg parkeerplaatsen en parkeergarages, maar daar is onze buzz te hoog voor. Achteraf lezen we dat er P&R-terreinen zijn -die hebben we niet zien aangegeven- waar je de auto parkeert en voor één standaard-tarief met de tram het centrum in kunt. Wij hebben dan al drie keer hetzelfde rondje gereden ;-((

Uiteindelijk vinden we net buiten het centrum -op de weg naar Offenbourg die we aan het eind van de middag toch moeten hebben- een plek. Voor een euro staan we drie uur en met een tien minuten lopen we de eerste winkelstraat in. Dat valt dus nog mee.

Heel opvallend zijn hier de trams: supermodern van vorm. Van een moderne ''Franse'' elegantie: lage-vloer-uitvoering, hoge ruiten en er wordt zo te zien veel gebruik van gemaakt.

Ook hier weer veel 'stedenschoon'. Er is gelukkig uit het verleden veel bewaard gebleven en we kunnen op veel gebouwen de prachtige details zien, die men vroeger zo vaak toepaste om hun rijkdom te tonen en natuurlijk ook: omdat ze tijd hadden.

Natuurlijk brengen we ook een bezoek aan de 'parel van Strasbourg': de imposante kathedraal. Aan de buitenkant, met zijn rijk versierde portalen, al heel indrukwekkend. Binnen is het weliswaar behoorlijk donker, maar je wordt overweldigd door de afmetingen.

Tot 1874 was het -met 142 meter hoogte- het hoogste gebouw van de christelijke wereld. De eerste basiliek op deze plek dateert uit 1015. Een deel van de crypte en de apsis stammen nog uit die tijd. Het koor en de transept zijn Romaans, het schip is gotisch.

Een groep ambachtslieden uit Chartres was mede bepalend voor de vorm van de kerk: zij brachten uit hun woonplaats nieuwe, gotische inzichten mee. Een van de eerste onderdelen volgens die techniek gebouwd is de Pilier des Anges.

De voorgevel van de kathedraal is bijzonder rijk versierd. Opvallend is het ontbreken van een toren aan de rechterkant. De bouw van die aan linkerzijde begon in al in de 14e eeuw, rechts is men niet verder gekomen dan een 'onderhoudskeet'. Mogelijk lag de oorzaak in geldgebrek of in de slechte bodemgesteldheid, omdat hier een van de zij-armen van de Rijn heeft gelopen.

Achter de kerk ontdekken we een winkeltje met linnengoed. Aangezien de Fransen veel beter zijn ingespeeld om de brede bedmaat die wij hebben, gaan we er naar binnen. Bovendien weten we dat Piet&Mary ook altijd graag deze maat hebben, dus er wordt 'rijkelijk' ingekocht.

Niet helemaal slim, want dat spul weegt behoorlijk zwaar en we moeten een flink stuk terug naar de Heppiebuzz zeulen.

Dat betekent dus meteen: einde stadswandeling. Maar onderweg komen we nog wel wat ''foto-momenten'' tegen: dan mag Loes even het hele lakenpakket vasthouden, kan ik schieten en dan gaan we weer verder. Want zeg nou zelf: zo'n leuk pleintje bijvoorbeeld moet je toch even hebben vastgelegd?

 

We gaan op zoek naar de uitvalsweg, en dat zou niet moeilijk moeten zijn. We staan immers al aan de goede kant van de stad. Toch blijkt dat nog niet helemaal mee te vallen. We komen twee keer dezelfde groep politie-agenten tegen die aan het controleren zijn, hoewel ze ons met rust laten. Uiteindelijk vinden we de weg naar Willstätt en kunnen we door naar Sand. Daar is ACSI-camping ''Europacamping Sand'' waar we deze keer overnachten.

gereden: 91 km.

zaterdag 14 april...
''de Route du Vin''                          dag-4

 

We zakken wat af naar het zuiden en waar het warmer is -niet dat wij daar nu veel van merken- wordt wijn verbouwd. Dat zullen we vandaag volop zien: overal om ons heen wijnhellingen. We gaan echter eerst dit stukje Duitsland verlaten en dat doen we door een route langs de Rijn. We moeten eerst over landweggetjes en ondanks dat het zaterdag is, wordt er gewoon gewerkt aan een van de straten die wij juist moeten hebben. Dus een omleidingsweg, die te smal is en daarom wordt 'beveiligd' met stoplichten. Met recht een stoplicht, want we moeten hier een flinke tijd wachten tot alle tegenliggers voorbij zijn. Als wij door mogen, blijkt dat het inderdaad om een flinke afstand gaat.

 

Het stuk via Eckartsweier en Goldscheuer naar Schwanau, dan de rivier over en richting Gerstheim is heel bijzonder: daar rij je als het ware tussen twee Rijnarmen in. Uiteindelijk ga je met een brug over de sluizen en omdat ze dat over het lager gelegen deel hebben gedaan, varen de schepen er probleemloos onderdoor.

Via Erstein is ons eerste doel het stadje Obernai. In de reisgids aangekondigd als 'het omrijden waard' en daar blijkt niets teveel mee gezegd.

Het stadje Obernai -geboorteplaats van Sainte Odile- floreerde zowel in de 14e-16e eeuw als onderdeel van het tienstedenverbond als in de 18e eeuw. Het heeft de tand des tijds doorstaan en telt daardoor nog veel historische gebouwen. Overal kom je de traditionele vakwerkstijl tegen. Het opvallendste gebouw is het renaissancistische Hotel de Ville met erker.

Heel oud is duidelijk de voormalige Halle aux Blés, graanhal en nu restaurant. Voor het stadhuis staat een beeld van St Odilia, de patrones van de Elzas. Een deel van de stadsmuren is bewaard gebleven en er zijn wat middeleeuwse steegjes, zoals de Ruelle Juif. Je kunt hier een rondgang door de omliggende wijngaarden maken of de berg St Odille bezoeken, maar dat laten wij voor wat het is. De burcht op die berg is uit dankbaarheid voor de genezing van de 12-jarige Odilia -tot die tijd was ze blind- omgevormd tot klooster, waarvan zij de eerste moeder-overste werd.

 


Voor lekkerbekken en zoetekauwen: Les Pains d'Epices

De diverse oproepen om toch vooral de wijn te komen proberen, kunnen we weerstaan. Tenslotte is zowel de veiligheid als het voorkomen van een bon op dit vroege uur ons meer waard dan het genot van een glaasje.

Vanaf dit stadje kun je de officiële 'Route du Vin Alsace' volgen. Die voert uiteraard door kleine dorpjes met heel veel vakwerkhuizen en haast evenzovele wijndomeinen. Die proberen de toerist met borden te verlokken toch vooral bij hen aan een wijnproeverij deel te nemen. Met uiteraard als uiteindelijke doel dat je een paar flessen of liever nog dozen van dit overheerlijke vocht aanschaft.

Vanzelfsprekend stoppen we ook nog even om een foto te maken van de 'oorsprong': hier begint het hele proces. Het is duidelijk nog geen oogsttijd ;-))

We moeten hier goed opletten: de wijnroute was voorheen tevens de doorgaande route, maar er is een nieuwe, bredere en daardoor snellere route parallel aangelegd -de A35- die ook niet meer alle dorpjes doorsnijdt.

De weg die wij volgen is met 'wijnroutebordjes' aangegeven, maar hier en daar ontbreekt er wel eens een, zo merken we.

We komen door Barr en Dambach-la-ville en gaan dan richting Sélestat. Daar gaat het even mis, want juist als we zien dat we voor het vervolg van de route even naar links moeten, blijkt er een weg afgesloten. Ze geven veel aan, maar natuurlijk niet hoe je dan weer op de  wijnroute terugkomt.


...en natuurlijk hebben ze er ook echt Elzasser bier, hoewel wij deze ondeugende smaak alleen op een viltje zijn tegengekomen.

Zo komen we bijna in het centrum van Sélestat terecht, maar zien dan net op tijd de weg naar rechts die naar Kintzheim voert. Daar pakken we de juiste route weer op. We stoppen in ieder geval niet in Ribeauvillé -leuk dorp, daar niet van- want dat hebben we een paar jaar geleden al bekeken toen we hier ook waren.

Iets verderop, klein stukje van de route af naar rechts, ligt namelijk Riquewihr. Daarvan hebben we gelezen dat het ook een alleraardigst dorp is, dus daar parkeren we de buzz.

Dat moet op een parkeerterrein buiten het centrum: alleen voor laden en lossen mag je doorrijden.

Het blijkt inderdaad vooral een 'voetgangersdorp' te zijn en dat is natuurlijk geweldig voor het behoud van de sfeer. De toegang gaat via een 'stadspoort', die blijkbaar onderdeel is van het gemeentehuis. Er kan ook maar een auto tegelijk door, maar met allerlei borden wordt het verkeer -zeker het doorgaande- ontmoedigd. We zijn hier ook duidelijk niet alleen. Toeristisch, maar heel gemoedelijk.

Al snel zien we het vervoermiddel uit vervlogen tijden: de postkoets. Met de poort van daarnet nog in gedachten, vragen we ons af hoe die daar ooit onderdoor heeft gepast.

Het is erg duidelijk dat de Pasen in aantocht is. Veel meer dan bij ons zie je overal versiering die met het paasfeest te maken hebben. Niet alleen de huizen, maar ook bijvoorbeeld bij restaurant is het alles haas en ei wat de klok slaat.

Daarnaast zie je hier nog de tradities van het landleven, zoals de hele rij worsten die tegen een gevel te drogen hangen.

Het laatste stukje voor vandaag voert ons naar onze slaapplaats voor vandaag: de Municipal de Kaysersberg. Dat is nog maar tien  kilometer rijden, maar je moet het nog wel even overbruggen.

We melden ons bij een alleraardigste jongedame aan de receptie. Ze vraagt ons eerst rond te kijken, dan te bepalen welke plek we willen en dat vervolgens aan haar door te geven. Wat zouden we daar tegenin willen brengen?

Wat een mooie camping! Vier sterren en dat is ie zeker waard. Keurig verzorgd sanitair -voor de dames zelfs verwarmd- met schuifdeuren voor de wascabines. Vier ruime douches en een rij van elf afwasplekken. Alles keurig schoon en opgeruimd, strak aangelegd, met water en stroom bij elke plaats.

gereden: 135 km.

Kaysersberg en via Eguisheim naar Mulhouse