|
Vandaag
staat het eerste bezoek aan een Mayacomplex op het programma. Dat betekent
weer vroeg opstaan en naar Vamos wandelen voor het ontbijt. In één woord:
heerlijk!
We kunnen het lopend af naar de site van Copán, want het is maar een
klein eindje.
Ooit
was hier een grote Indiaanse stad gevestigd, die haar bloeiperiode kende
tussen 465 en 800 na Christus. Nog steeds is niet bekend waarom deze
beschaving rond 900 na Christus plotseling instortte.
De overblijfselen
zijn echter niet gering; piramides, tempels, balspelplaatsen en de uiterst
boeiende 21 stèles. De drie meter hoge afbeeldingen in steen zijn uniek
in hun soort: afbeeldingen van figuren en dieren en koninklijke portretten
met inscripties van geboortedata, huwelijken en overlijdensdata.
Bij de poort wacht Juan ons op, een heel enthousiaste
Hondurees die afstamt van de Indianen. Hij kan ons precies vertellen wat
zich hier vroeger heeft afgespeeld en laten zien en toelichten wat er nu van
over is.
Na een korte algemene uiteenzetting lopen we samen met hem
het terrein op. Hij pakt een stukje schors met mos begroeid en begint erop
te kauwen: de kauwgom van de Maya's. Dit blijkt vooral goed te zijn tegen
maagproblemen.
Juan wijst ons ook op de Acacia: de trouwboom van de maya's. Als een jongen
verliefd was, plukte hij van deze boom en bloem en gaf die aan zijn
geliefde. Hoe meer vruchten er aan die boom zaten, des te meer kinderen er
verwacht konden worden (gelukkig niet evenveel als er vruchten aam de boom
hangen, zo stelt hij ons gerust).
Het getal 13 blijkt het geluksgetal van de Maya's te zijn: ze
hadden dan ook 13 goden.
Een
van de meest intacte stèles is Conejo 18. Ook zeer de moeite waard is de hieroglyfentrap, een van de spectaculairste schatten van Copán, 72 treden
overdekt met inscripties. Je kunt hier overigens ook goed zien welke
invloed weer en wind op de overblijfselen hebben. Daarom zie je boven een
aantal restanten een afdak, dat nog enige bescherming kan bieden. Er wordt
nu veel gerestaureerd, wat je ook ziet aan de stukken steen in afwijkende
kleur.
Men probeert dit restauratiewerk namelijk niet 'te verdoezelen'',
maar maakt het duidelijk zichtbaar.
De restauraties worden uitgevoerd met
steun van Japan, dat de modernste technieken inzet.
Zo zijn er satellietfoto's gemaakt, om later alles weer
precies te kunnen terugplaatsen. Bovendien maakt men foto's van alle gevonden
restanten, die in de loop der eeuwen flink door elkaar zijn gehusseld -Juan
vergelijkt het met scrumbled eggs- waarna de delen met computerhulp aan
elkaar worden gepast.
Een
beetje vreemd en verwarrend en onlogisch is het wel: Copán Ruinas is niet de
aanduiding voor de archeologische zone, maar de naam van het dorpje bij de
ruïnes. Het is een prettig, historisch plaatsje met smalle straatjes,
lage huisjes in Spaans-koloniale bouwstijl en de onvermijdelijke centrale plaza.
In het kleine archeologisch museum aan het plein kunt u kennismaken met
enkele kunstschatten van Copán. Met de toenemende belangstelling voor de
ruïnes is ook het belang van het dorp als uitvalsbasis toegenomen. Daarom
verrezen er uitstekende hotels in verschillende prijsklassen en aardige
restaurants. Van massatoerisme is echter geen sprake. Het bezoekersaantal
van Copán is niet te vergelijken met dat van de beroemde Mayasteden in
Mexico. In het dorpje kun je het rustig een paar dagen uithouden om de
omgeving te bekijken of uit te rusten. Het gebied is goed geschikt om
tropische vogels te observeren en er zijn watervallen en warme bronnen in
de omgeving. Voor een bezoek aan de ruïnes raden wij u aan voldoende tijd
uit te trekken. De twee uurtjes die voor Copán zijn gereserveerd in het
programma van de meeste Guatemalteekse touroperators, zijn echt te weinig
en zonde van de lange reis. De ruïnes liggen 1 km buiten het dorp en zijn
lopend over een prettig wandelpad langs de weg te bereiken, langs overwoekerde
ruïnes die op natuurlijke heuveltjes lijken. Aan het wandelpad staat stèle
6, een voorproefje. Hierop is de 12de vorst uit de Copán-dynastie
afgebeeld, Rook-Jaguar, met een prachtige hoofdtooi. Uit de hiëroglyfen
op de achterkant konden de experts kunnen opmaken dat deze stèle in het
jaar 682 postuum voor de vorst is opgericht. Langs het pad staat ook stèle
5 met een altaar. Onbekend is welke vorst hier is vereeuwigd.
Nadat we hebben geluncht, splitst de groep zich. Een deel
gaat naar de warmwaterbronnen, terwijl wij achterin een pick-uptruck stappen
om ons net als de lokale bevolking -staand in het achterbakkie- te laten
vervoeren naar een vogelpark. Dit is pas twee weken geleden geopend en wij
zijn dus een van de eerste bezoekers.
Bedrijfsleidster
Anna geeft ons zelf een rondleiding en de eigenaar zet ons uitvoerig op de
foto. Die gaat hij namelijk gebruiken in een folder over het park. Het is
erg mooi opgezet.
De kooien zijn goed in het landschap ingepast en de dieren
hebben flink de ruimte. Bij
het -nu nog lege- infocentrum krijgen de bezoekers als ze dat willen een
papagaai op de hand.
Annemiek is er bijna niet weg te slaan!
We brengen hier een
flinke tijd door en gaan dan terug
met de tuktuk: een bewijs dat ook in Honduras het toerisme als bron van
inkomsten is ontdekt. Je kunt hierdoor snel van de ene naar de andere kant
en het verschaft werk.
We wandelen
samen met Rob door het stadje en worden getroffen door de schoonheid van een
bloem in het parkplein.
Rob laat ons zien waar Tonna woont, de masseuse waaraan een aantal van ons
een bezoek zal brengen. Loes gaat als eerste naar binnen en ik volg een
half uurtje later.
Een geweldige ervaring: Tonna is klein van stuk, maar heeft kracht in de
handen waar je U tegen zegt.
Als ik van alle kanten ben gekneed -en
lekker opgeknapt- spoed ik me -het regent- naar Twisted Tanaya, een wat
luxer restaurant waar Loes al van een wijntje zit te genieten. We zitten
boven, met zicht op de keuken en 'uitzicht' op de straatjes: er zijn
namelijk maar twee muren en de rest is open.

De entrada is uiensoep: met werkelijk overheerlijke toast,
gebakken in olijfolie. Daarna hebben we voor de pasta gekozen. De wijn is
duur (Q 50), dus de rekening loopt op tot Q 500. In Europese ogen nog niet
veel, maar duurder dan de meeste andere gelegenheden hier.
Het is nog redelijk vroeg, dus sluiten we ons bij ViaVia aan bij en ander
deel van de groep. Hier praten en drinken we gezellig nog een tijd, en lopen
dan weer over het centrale plein terug naar Paty. |