Aankomst; wandelen langs het meer en door de oude stad.
dinsdag 27 / woensdag 28


donderdag 29 / vrijdag 30


zaterdag 1 / zondag 2


maandag 3 / dinsdag4
woensdag 5 juli

 

 

 

donderdag
29 juni

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De zuil met daarin manneke Pis geeft uitleg over problemen met de urinewegen en de planten die worden gebruikt om dit euvel te verhelpen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Genève

Bezoek aan de Botanische tuin

  laatst bijgewerkt: 26-10-2017 

De route voor vandaag begint met een ommetje richting Botanische tuin. We gaan het tunneltje in de Rue du Valais door, onder het spoor, en lopen dan richting Place des Nations. Hier staat het gebouw van de Verenigde Naties, want Genève is vooral een stad van internationale organisaties. Vanzelfsprekend wordt hier de vlaggenparade vastgelegd.

ICRC: Internationale Rode Kruis

Het volgende gebouw dat we tegenkomen is de internationale school en dan nog weer verderop het gebouw waar Paul werkt: het ICRC ofwel het International Committee of the Red Cross, in het Frans CICR geheten. We kijken even rond achter de slagbomen bij een van de oudste gebouwen en lopen dan door naar de ingang van het museum. Een indrukwekkend vormgegeven geheel: je komt binnen in een ''symbolische entree'' met spiegels, waardoor je zelf onderdeel wordt van een groep mensen die geblinddoekt wordt weggevoerd naar de gaskamers.

Maandag zullen we het museum zelf bezoeken, nu lopen we door naar het Parc de l'Impératrice, om van daaruit in de Botanische tuin te komen. Het valt overigens op dat de stad Genève zó dicht bij haar centrum een prachtige hoeveelheid parken heeft. Ook in lunchtijd zie je veel kantoorpersoneel van deze groene longen gebruikmaken, ofwel om er ontspannen te wandelen ofwel om zich er in het zweet te rennen.

Eerst echter komen we nog een bijzonder stukje spoorbaan tegen: het vierde spoor van Genève, zoals het bordje meldt. We kunnen niet ontdekken of de wens de vader van de gedachte is, dan wel dat dit een nooit uitgevoerd plan betreft, maar de vier meter spoorrails komt van niets en gaat naar nergens.

Prachtige Botanische tuin

De even verderop gelegen Botanische tuin bestaat eigenlijk uit twee delen: wij wandelen eerst het 'oudste' deel in, zuidelijk van de Rue de l'Impératrice. Dat zal ook meteen het mooiste deel blijken te zijn. Na een korte wandeling dwars door het park nemen we afscheid van Sandra en Samantha: voor de kleine meid is het bedtijd en zij gaat met haar moeder rechtstreeks terug naar de flat. Wij doen nog een rondje tuin, en beginnen met een fraai aangelegde rotstuin. Hier zie je de beplanting van de verschillende werelddelen terug, netjes vermeld met gebiedsnaam en uiteraard plantennaam.

Manneken Pis zelfs in GenèveVia de tropische kas -valt een beetje tegen- komen we bij het gedeelte waar 'gebruiksplanten' staan. Op informatieborden wordt aangegeven wáár ze voor worden gebruikt, terwijl in plexiglaszuilen allerlei voorbeelden te zien zijn van producten waaraan delen van de plant zijn toegevoegd. Zo zien we een zuil met vlas, linnen en katoen, een met wol, maar bijvoorbeeld ook een met een heksje dat waarschuwt voor 'teveel van het goede': alleen bij de juiste dosering werkt het plantaardig materiaal genezend, bij een te hoge dosering is het giftig.

 Duidelijke, informatieve uitleg

We zijn al in verschillende botanische tuinen geweest, maar hebben niet eerder zo'n duidelijke en informatieve uitleg gezien over het gebruik van planten.Even verderop komen we in het 'noordelijk deel' van de tuin, dat zich vooral kenmerkt door grote picknick-weides.informatiebord in Botanische Tuin Het enige leerzame deel is hier een tuingedeelte waar je de planten kunt 'voelen en ruiken'. Dit is mede opgezet voor blinden en slechtzienden (er is ook een braille-uitleg op de bordjes): zij mogen de planten aanraken en kunnen hun geur opsnuiven. Dit deel bevindt zich langs de rand van deze kennelijke uitbreiding van de tuin, maar vooral het uitgestrekte grasdeel vinden we niet in een dergelijke opzet passen. Wat meer beplanting -er is een voorzichtige poging gedaan met een groot rozenperk- en dan vooral: bloemen, zou meer met het karakter van 'de overzijde van de weg' overeenkomen.

Loes bij de beeldengroepVanuit het midden van de tuin loopt een tunneltje onder de naastgelegen weg door en zo belanden we weer bij de boulevard. Ook dit eerste stuk is erg parkachtig aangelegd en telt verschillende beelden en beeldengroepen. Bij een ervan leggen we Loes voor het nageslacht vast.

Het tweede stuk begint al een beetje bekend terrein te worden. We steken de wijk weer dwars door en krijgen al snel de ronde kerk in beeld: de plek waar we moeten zijn, het appartement van Paul & Sandra.

's Avonds wordt er wat gekletst, foto's bewerkt en het verslag bijgewerkt.

vrijdag
30 juni

 

 

Historisch Carouge

Vandaag gaan we naar een van de voormalige voorsteden van Genève: Carouge. Tot 1754 was dit dorpje, gewijd aan de koning van Sardinië -die vanuit Turijn regeerde- een toevluchtsoord voor alle katholieken en protestanten die het in het puriteinse Genève niet konden uithouden. Zelfs joden konden hier- uniek voor deze tijd- hun onderdak vinden.

Met de tram naar Carouge

We stappen 'om de hoek' op tramlijn 13 die ons in één keer door naar Carouge, bij de Place du Rondeau brengt. Daar gaan we een klein stukje de Rue Ancienne in en genieten dan al meteen volop van de mooie gevels. Hier zitten veel kunstnijverheidswinkels en restaurantjes in allerlei maten en soorten. We buigen af naar de Rue Fontanel, de Rue Dalphin, achter de school om naar de Rue du Collège en komen dan op het pleintje van het voormalig stadhuis. Eigenlijk zouden we volgens de uitgezette wandeling nu de Rue Jean-Joseph moeten hebben, maar die lopen we straal voorbij en gaan er dus pas één verder linksaf. Alweer een pleintje met een mooi uithangbord, de Rue Roi Victor in -vernoemd naar de koning van Sardinië- en dan ontdekken we een klein drukkerijtje met héééle oude zetmachines, typemachines en nog meer historische drukkerij-apparatuur. De drukker -overigens zelf nu aan de slag met een moderne gifgroene 'Apple'- ziet onze belangstelling en nodigt ons van harte uit binnen te kijken en foto's te nemen. We geven daar graag gevolg aan.

Carouge: uitgaanscentrum voor 'sjiek Genève'

Ook nu weer komen we langs diverse restaurants en als we even de kaart bekijken, kunnen we slechts beamen dat Carouge als hèt uitgaanscentrum voor 'sjiek Genève' geldt.
We belanden op een mooie laan met bomen en komen terug bij de Place du Rondeau, waar Sandra en Samantha de tram terug nemen. Wij lopen nog weer de Rue Ancienne in en komen bij het oudste pleintje van dit dorpje: de Place du Marché, waar nog steeds wekelijks de zaterdagmarkt te vinden is. De 'verlossing' is hier ondergronds te vinden: je gaat een smal, rondlopend trapje af -heren rechts van het plein en dames links- en dan kom je in een keurig schone toiletruimte. Zo, dat lucht op!

Via de Rue Votier bereiken we de Place de l'Octroi, waar we via de Pont de Carouge de rivier l'Arve oversteken. Ook hier weer gezellige winkels, maar eerst is het tijd voor een lunchstop, op een bankje temidden van veel kantoorpersoneel dat hetzelfde idee heeft. We lopen de hele Rue de Carouge uit en gaan dan nog even ons geluk proberen bij een winkeltje -dat eergisteren in de ochtend gesloten was- waar we een mini-solex hadden gezien, eventueel voor bij de verzameling. De zaak is nu wel open, maar de eigenaar krijgt van ons geen klandizie: hij vraagt er 85 franc voor. Dat vinden we te gortig.

Met de tram terug richting station, overstappen op lijn 13 of 15, maar dan zien we weer een gezellige winkelstraat en een halte verder zijn we er al weer uit en lopen een stukje terug. Uiteindelijk leggen we alleen het laatste deel vanaf het station per tram af: de winkelstraten hier kennen we nu wel.