laatst bijgewerkt: 23-10-2017naar overzicht reispagina's

  veerboot naar Horsheshoe Bay en vervolgens naar Whistler     naar de eerste wek Toronto  begin tweede week Toronto: Pioneer Village  Oktoberfest Kitchener en afsluitend Toronto

week 1

op verkenning door Victoria  van Victoria naar Port Alberni met boottocht

zaterdag 8 september: terug naaVancouverr Nanaimo                                                         gereden: 104 km

REISVERSLAG

CanadaHet is half tien als we campground Arrowvale achter ons laten en door het centrum van Port Alberni de route terug naar Nanaimo kiezen. We hebben namelijk besloten niet opnieuw -maar dan over de weg- naar Ucluelet te gaan, noch naar Pacific Rim. Dat wordt een te gehaast bezoek, want je moet toch 122 kilometer heen en weer rijden. Natuurlijk kun je bij Ucluelet mooie wandelingen maken en missen we bij Long Beach het regenwoud, maar we missen ook de werkzaamheden aan de weg -zoals we van andere bootgangers in Port Alberni hoorden. Nu hebben we tijd om het MacMillan Provincial Park te bezoeken, waar de grootste Douglas sparren van Canada te vinden zijn.

Dat valt nog niet mee om die helemaal in beeld te krijgen, maar een beetje idee geeft deze foto wel.

We bezoeken eerst de zuidkant van het park, waar de dikste boom zo'n 4,5 meter in omvang telt. Een indrukwekkende knaap en ook dit bosgedeelte is zeker het bezoeken waard, hoewel de uitgezette track erg kort is. Ze zijn namelijk bij de lange track met onderhoudswerk bezig, dus die is vandaag niet toegankelijk. Als we het park vergelijken met Maits Rest in Australië (langs de Geat Ocean Road, bij Cape Otway National Park), dan maakte dat laatste op ons meer indruk, vooral ook omdat het daar veel vochtiger was. Bovendien waren de varens er geweldig hoog, hier zijn het maar kleintjes.

We steken de weg over en wandelen door het gedeelte dat naar een riviertje leidt.

Het is hier wat afwisselender en we spotten ook nog een staalblauw -zwarte vogel, die kennelijk druk in de weer is met het zoeken naar voedsel voor haar kleintjes. Buiten het zicht horen we die in het struikgewas piepen.

Moeder zelf wil ook niet al te lang voor de lens blijven zitten, dus dit is het enige resultaat dat we halen.

Het volgende stuk weg naar Nanaimo neemt niet zo heel veel tijd meer in beslag. Na en bezoek aan de super -even groot inslaan voor het weekend, en ook maandag komt er niets van- zetten we de campervan in het centrum. Dat valt tegen. Er is niet iets specifieks waarvan je zegt: dit is Nanaimo. Het is inmiddels vier uur, dus willen we even bij de bieb internetten.

Ook dat valt tegen: op liefst acht computers aan een van de tafels staat dat ze buiten gebruik zijn; de andere acht zijn bezet en er zitten al drie mensen te wachten. Dat wordt dus niks, want over een uur sluiten ze de tent.
We zoeken het havenfront op, want dat is dan toch een van die zaken die deze stad kenmerken.

Op de wat hoger gelegen boulevard staan twee kanonnen, die nog herinneren aan de tijd dat de eerste kolonisten hier kwamen. Zij vonden het wel een prettig idee de toegang vanaf het water tegen aderen te beveiligen. Nog elke dag om twaalf uur 's middags vindt hier een kleine ceremonie plaats, waarbij de afgevuurde polystyreen kogels voor flinke knallen zorgen.
We gaan een niveau lager en wandelen over de steigers. Hier zijn ook wat restaurants en winkeltjes, waarvan er één ijs verkoopt. Juist: we zwichten, ondanks de stevige prijzen die ze in Canada voor deze lekkernij rekenen. Voor een bolletje 2,20 neertellen is de gewoonste zaak van de wereld.

We nemen nog wat plaatjes bij de boten aan de steigers, onder meer van het pontje dat hier voor de verbinding naar nabijgelegen eilandjes zorgt.

Daarna gaan we op zoek naar de camping voor deze nacht: Westwood Lake. Opnieuw een camping die 'lekker losjes' is opgezet met ruime plaatsen. We betalen hier $ 27,- (we geven deze info speciaal voor anderen na ons die plannen hebben deze kant op te gaan, want twee dagen later ondervonden we zelf de grote prijsverschillen).

zondag 9 september: Cowichan Valley                                                                        gereden: 153.2 km

We kunnen het vandaag rustig aan doen. Eerst gaan we douchen, maar nog net voordat we in Adams / Eva-kostuum staan, ontdekken we dat ze hier met muntjes werken (alleen quarters; voor elke anderhalve minuut één). Terug naar de camper en dan en nieuwe poging.

Nu we ruim de tijd hebben, houden we vast aan onze zondagse gewoonte en nemen een uitgebreid ontbijt. Even voor elven deponeren we de sleutel in het daarvoor bestemde kistje en rijden terug over Highway 19 naar het zuiden. Als eerste komen we Ladysmith tegen, een dorp van mijnwerkers in de kolen en mensen die van de bomenkap en houthandel leefden. Het is gesticht in 1898 door James Dunsmuir.

In  de First Ave staan nog enkele oude Victoriaanse panden, die illustreren hoe belangrijk dit dorp in die tijd was. Daarnaast hebben ze her en der in het dorp 'monumentjes' staan: werktuigen of hulpmiddelen die nog dateren uit vroeger jaren. Een goed voorbeeld daarvan is dit blok met wisselhendels: voor de trein veilig het station kon binnenrijden, moesten eerst de wissels met de hand in de goede stand worden gezet.


De dorpsstraat is zoals je van een oud, eenvoudig stadje mag verwachten. Geheel rechttoe, rechtaan, met de meest belangrijke winkels bij elkaar.

Veel van deze straten hebben de naam 'Mainstreet' meegekregen en dat zegt precies wat het is: de hoofdstraat waar de nu 7300 inwoners hun inkopen komen doen. Van oudsher is het ook de straat waar men elkaar ontmoette, de dorpsnieuwtjes doornam. Heel belangrijk was de enige klok die het dorp rijk was. Oorspronkelijk hing deze aan de gevel van het 'warehouse', maar dat heeft de tand des tijds niet doorstaan. De klok heeft echter op deze locatie een nieuw plekje gekregen, na een grondige restauratie.

Nu is het wederom een van de centrale objecten in het stadje.  

Het valt erg op dat het dorp trots is op zijn verleden. Veel instrumenten, gebruiksartikelen en machines uit vervlogen tijden zijn bewaard. Deze staan nu als kunstwerk in de hoofdstraat.
Er is onder andere een bord met daarop een soort stamboom, waarop de namen van mensen die iets voor de gemeenschap hebben betekend als bladeren aan de takken hangen.

Prominent in de hoofdstraat staat een levensgrote fotocollage, met foto's zoals het dorp er vroeger uitzag. Bij elk plaatje wordt aangegeven of het pand er nu nog is, of dat het inmiddels definitief geschiedenis is geworden. Na wat rondwandelen hier, gaan we verder op weg in zuidelijke richting.

De volgende stop is Chemainus, een dorp dat al 25 jaar bekend staat om zijn muurschilderingen. Het dorp zelf mag dan niet erg groot zijn, door deze kunstwerken trekt het wel heel veel toeristen. En dat was ook precies de opzet.

De parkeerplaats wordt netjes aangegeven, maar wij hebben een RV en we staan dus inmiddels al op een iets grotere plek. Maar we volgen wel de richting die het mannetje aangeeft: zo komen we in het centrum. Dat heeft een gezellige winkelstraat en, zondag of niet, bijna alles is gewoon open.

We komen diverse muzi-kanten tegen, zoals deze violist die een onderhoudend stukje speelt, voornamelijk wat blue-grass, onder het afdak van de winkelgalerij.

 

 

Ook de nazaat van de Cowi-chans, die bekende blues en ballads ver-tolkt op een groot publiek podium, weet het publiek aan zich te binden. We lopen door naar het oudere deel van Chemainus en maken daar diverse foto's van de wandschilderingen.

.

Chemainus staat bekend om zijn muurschilderingen. Wat ooit begon als een aardigheidje, groeide uit tot een bewuste toeristische trekpleister.

Dit bezoekje is ons erg goed bevallen. We rijden nu door naar Cowichan Bay, wat volgens de beschrijving  in de Lonely een vissersdorp moet zijn met kleurrijke huizen. Gezellig is het er wel, maar de huizen zijn niet bijzonder. Er is wel veel -toeristische- activiteit. De plaatselijke bakker doet in ieder geval erg zijn best flink op te vallen, getuige onderstaande foto's.

Ook stokbroden verplaatsen zich hier graag op de fiets.

 Of je neemt gezellig een bloemenbak mee... het plaatje rechts siert zelfs vele reisgidsen, zo ontdekten we hier.

Het wordt tijd om onze gastheer en gastvrouw op te zoeken: Arjan & Jackie Gelling. Twee keer mochten wij Arjans broer Frank bij ons thuis ontvangen als 'vriend op de fiets', als hij zijn vakantie in Nederland ging houden. Nu zijn broer en schoonzus hoorden van onze komst naar Vancouver Island, werden wij uitgenodigd de camper bij hen op de oprit te zetten. Die bevindt zich in het noordwesten van Nanaimo en dankzij de goede beschrijving van Arjan vinden wij hem probleemloos.
De ontvangst is heel gastvrij en meteen allerhartelijkst. Natuurlijk worden we eerst meegetroond naar het terrasdek (één hoog): een van de redenen waarom zij dit huis kochten, namelijk een grandioos uitzicht op de Strait of Georgia. We blijken op het juiste tijdstip te zijn komen aanwaaien: tijd voor een goed glas. Wij hebben de wijn meegnomen en Arjan zet -per ongeluk, hij dacht een andere soort te hebben- meteen in met een stevig biertje.


Vanaf hun terrasdek kijken Arjan & Jackie uit op de Street of Georgia. Aan de overkant ligt Vancouver.

Onze slaapkamervoor deze periode, maar de tv-ontvangst lukte vrijwel nergens.

We worden onthaald op een heerlijke maaltijd. Volgens Jackie niet haar meest culinaire hoogstandje, maar het is het lievelingsgerecht van Arjan: shepherds pie. Wij zijn het met hem eens: het smaakt voortreffelijk. Zowel tijdens als na de maaltijd wisselen we wat wetenswaardigheden uit over onszelf -en zij van hun- en over onze woonplaatsen. Natuurlijk komt ook de route ter sprake die we nog zullen afleggen en al het moois dat we ook volgens hen nog gaan zien. Léon gaat nog even naar beneden, om in de computerkamer de mail te bekijken. Loes neemt samen met Arjan de taak van de vaatwasser over. Tegen tienen besluiten we naar de camper te gaan, zodat onze gastheer en gastvrouw zich nog kunnen voorbereiden op hun vertrek morgenochtend naar Victoria, waar ze een week zullen verblijven.

naar week 2 > dag 1-2: van Horsheshoe Bay va Whistler naar Kamloops