|
zondag
9 september: Cowichan Valley
gereden: 153.2 km |
|
We
kunnen het vandaag rustig aan doen. Eerst gaan we douchen, maar nog net
voordat we in Adams / Eva-kostuum staan, ontdekken we dat ze hier met
muntjes werken (alleen quarters; voor elke anderhalve minuut
één). Terug naar de camper en dan en
nieuwe poging.
Nu we ruim de tijd hebben, houden we vast aan onze zondagse
gewoonte en nemen een uitgebreid ontbijt. Even voor elven deponeren we
de sleutel in het daarvoor bestemde kistje en rijden terug over Highway
19 naar het zuiden. Als eerste komen we Ladysmith tegen, een dorp van
mijnwerkers in de kolen en mensen die van de bomenkap en houthandel
leefden. Het is gesticht in 1898 door James Dunsmuir.
In de First Ave staan nog enkele oude Victoriaanse
panden, die illustreren hoe belangrijk dit dorp in die tijd was.
Daarnaast hebben ze her en der in het dorp 'monumentjes' staan:
werktuigen of hulpmiddelen die nog dateren uit vroeger jaren. Een goed
voorbeeld daarvan is dit blok met wisselhendels: voor de trein veilig het
station kon binnenrijden, moesten eerst de wissels met de hand in de
goede stand worden gezet. |

De dorpsstraat is
zoals je van een oud, eenvoudig stadje mag verwachten. Geheel rechttoe,
rechtaan, met de meest belangrijke winkels bij elkaar.
Veel van deze straten hebben de naam
'Mainstreet' meegekregen en dat zegt precies wat het is: de hoofdstraat
waar de nu 7300 inwoners hun inkopen komen doen. Van oudsher is het ook
de straat waar men elkaar ontmoette, de dorpsnieuwtjes doornam. Heel
belangrijk was de enige klok die het dorp rijk was. Oorspronkelijk hing
deze aan de gevel van het 'warehouse', maar dat heeft de tand des tijds
niet doorstaan. De klok heeft echter op deze locatie een nieuw plekje
gekregen, na een grondige restauratie.
Nu is het wederom een van de centrale
objecten in het stadje. |
|
Het valt
erg op dat het dorp trots is op zijn verleden. Veel instrumenten,
gebruiksartikelen en machines uit vervlogen tijden zijn bewaard. Deze
staan nu als kunstwerk in de hoofdstraat.
Er is onder andere een bord met daarop een soort stamboom, waarop de
namen van mensen die iets voor de gemeenschap hebben betekend als
bladeren aan de takken hangen.

Prominent
in de hoofdstraat staat een levensgrote fotocollage, met foto's zoals
het dorp er vroeger uitzag. Bij elk plaatje wordt aangegeven of het pand
er nu nog is, of dat het inmiddels definitief geschiedenis is geworden.
Na wat rondwandelen hier, gaan we verder op weg in zuidelijke richting.
De
volgende stop is Chemainus, een dorp dat al 25 jaar bekend staat om zijn
muurschilderingen. Het dorp zelf mag dan niet erg groot zijn, door deze
kunstwerken trekt het wel heel veel toeristen. En dat was ook precies de
opzet. |
De
parkeerplaats wordt netjes aangegeven, maar wij hebben een RV en we
staan dus inmiddels al op een iets grotere plek. Maar we volgen wel de
richting die het mannetje aangeeft: zo komen we in het centrum. Dat
heeft een gezellige winkelstraat en, zondag of niet, bijna alles is
gewoon open.
We
komen diverse muzi-kanten tegen, zoals deze violist die een onderhoudend stukje speelt, voornamelijk
wat blue-grass, onder het afdak van de winkelgalerij.
Ook de nazaat
van de Cowi-chans, die bekende blues en ballads ver-tolkt op een groot
publiek podium, weet het publiek aan zich te binden. We lopen door naar
het oudere deel van Chemainus en maken daar diverse foto's van de
wandschilderingen. |
|
Chemainus staat bekend om
zijn muurschilderingen. Wat ooit begon als een aardigheidje, groeide uit
tot een bewuste toeristische trekpleister. |
|
Dit
bezoekje is ons erg goed bevallen. We rijden nu door naar Cowichan Bay,
wat volgens de beschrijving in de Lonely een vissersdorp moet zijn
met kleurrijke huizen. Gezellig is het er wel, maar de huizen zijn niet
bijzonder. Er is wel veel -toeristische- activiteit. De plaatselijke
bakker doet in ieder geval erg zijn best flink op te vallen, getuige
onderstaande foto's. |

Ook stokbroden
verplaatsen zich hier graag op de fiets. |

Of je neemt
gezellig een bloemenbak mee... het plaatje rechts siert zelfs vele
reisgidsen, zo ontdekten we hier. |
 |
|
Het wordt
tijd om onze gastheer en gastvrouw op te zoeken: Arjan & Jackie Gelling.
Twee keer mochten wij Arjans broer Frank bij ons thuis ontvangen als
'vriend op de fiets', als hij zijn vakantie in Nederland ging houden. Nu
zijn broer en schoonzus hoorden van onze komst naar Vancouver Island,
werden wij uitgenodigd de camper bij hen op de oprit te zetten. Die
bevindt zich in het noordwesten van Nanaimo en dankzij de goede
beschrijving van Arjan vinden wij hem probleemloos.
De ontvangst is heel gastvrij en meteen allerhartelijkst. Natuurlijk
worden we eerst meegetroond naar het terrasdek (één hoog): een van de
redenen waarom zij dit huis kochten, namelijk een grandioos uitzicht op
de Strait of Georgia. We blijken op het juiste tijdstip te zijn komen
aanwaaien: tijd voor een goed glas. Wij hebben de wijn meegnomen en
Arjan zet -per ongeluk, hij dacht een andere soort te hebben- meteen in
met een stevig biertje. |

Vanaf hun
terrasdek kijken Arjan & Jackie uit op de Street of Georgia. Aan de
overkant ligt Vancouver. |
|

Onze slaapkamervoor deze
periode, maar de tv-ontvangst lukte vrijwel nergens. |
We worden
onthaald op een heerlijke maaltijd. Volgens Jackie niet haar meest
culinaire hoogstandje, maar het is het lievelingsgerecht van Arjan:
shepherds pie. Wij zijn het met hem eens: het smaakt voortreffelijk. Zowel
tijdens als na de maaltijd wisselen we wat wetenswaardigheden uit over
onszelf -en zij van hun- en over onze woonplaatsen. Natuurlijk komt ook
de route ter sprake die we nog zullen afleggen en al het moois dat we
ook volgens hen nog gaan zien. Léon
gaat nog even naar beneden, om in de computerkamer de mail te bekijken.
Loes neemt samen met Arjan de taak van de vaatwasser over. Tegen tienen
besluiten we naar de camper te gaan, zodat onze gastheer en gastvrouw
zich nog kunnen voorbereiden op hun vertrek morgenochtend naar Victoria,
waar ze een week zullen verblijven. |
|
|
 |