het begin van onze camperreis door Bretagne  rondtrekken door Bretagne: vanaf Paimpol   

Rondreis Bretagne met de camper

rondje Quimper en dan door naar Carnac      Dwalen door Ille_et_Villaine

zondag 20 juni...   Met onze Heppiebuzz heen en terug naar Quiberon                  voor het laatst bijgewerkt op:  07-10-2017

REISVERSLAG

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het doel voor vandaag is het schiereiland Quiberon, met de gelijknamige stad als hoofdplaats. Het eiland -14 kilometer lang- is zeer in trek bij de toeristen. Slechts een zandbank verbindt het eiland met het vasteland.

Het hoogste deel daarvan ligt dusdanig ten opzichte van de zeespiegel, dat er naast een wegverbinding ook een -eenspoors- railverbinding is. De route vanaf Carnac is makkelijk: je rijdt er zo op aan. Quiberon zelf is vooral een sardinehaven.

In het begin van de 20e eeuw bouwden zijdehandelaren uit Lyon hier veel villa's, zodat het stadje nu ook veel bekendheid geniet vanwege de centra voor thalassotherapie: baden met warm zeewater -vaak ook met hydromassages- die vooral voor de rug een weldadige werking hebben opspieren en gewrichten. Doordat alles weer beweeglijker wordt, voelen de mensen zich veelprettiger.

 

Een plekje voor de camper vinden we net buiten het centrum, bij station Quiberon. Daar mag je nog gratis staan ook. Van hieruit loop je zo via de lange winkelstraat naar het strand.

 

Het centrum heeft nog wat leuke oude panden en om deze tijd -zondagochtend- is het er gezellig druk. Veel winkels zijn nu nog open, maar later blijkt dat ze tegen twee uur sluiten en dan raakt het hier erg uitgestorven.

Wij volgen de kustlijn: eerst via de boulevard met -net als bij ons- allerlei winkeltjes, eettentjes en dergelijke, dan de vissershaven en vervolgens langs de rotsige kust, die vanwege de dagen dat het hier stormt -vandaag zeker niet- de Wilde Kust wordt genoemd. Dat is zeker vandaag niet het geval: de zee kabbelt rustig en geeft weinig kans spectaculaire foto's te maken.

Quiberon

Bijna subtropisch klimaat in Quiberon

De reden waarom zoveel toeristen naar deze plek komen is onder meer te danken aan het klimaat: dat is bijna subtropisch. De warme Golfstroom, die hier de kust nadert en zich rondt Quiberon krult, is daar de oorzaak van. Wie van strand houdt, komt hier aan zijn trekken. Niet alleen aan de Baai van Quiberon zijn uitgestrekte zandstranden, zoals de Sables Blancs, ook aan de westkust van het schiereiland bij Penthièvre en het gebied tussen Portivy en Port Maria bevinden zich schitterende stranden. Aan de oostzijde is het water rustig; er wordt daar veel aan watersport gedaan, zoals surfen. Bij eb vallen grote delen droog.

Hoogzomer ziet het er hier dan ook heel anders uit, zoals op de foto rechts te zien is.

De route terug is eigenlijk tegenovergesteld aan die van de ochtend: op een schiereiland kun je nu eenmaal niet anders. Geen probleem, want het is een mooie weg en het is zeker niet druk. Dat zal over een goeie maand wel anders zijn.

De visserij speelt in Quiberon, net als in veel Bretonse kustplaatsen, nog een grote rol.

De 'fanfare' in  Quiberon

Voordat we naar de camping gaan, rijden we eerst naar het centrum van Carnac. Daar treedt volgens de info van het toeristenbureau een fanfare op. We moeten even wachten -het Franse kwartiertje- maar dan komen de orkestleden toch naar buiten. Eén, twee, drie, vier.... en de rest? helaas: dit is het hele orkest! Een saxofoon, een trompet, een banjo en een tuba ;-)) We luisteren één nummer -meer jazzy dan mars- en dan houden we het voor gezien.

Je zult je ijsje maar mooi mislopen...

We gaan nog even via Carnac Plage. En daar is het beslist wel druk: de strandliefhebbers liggen hier met recht zij-aan-zij (en hij-aan-hij of ook aan zij) en over de 'boulevard' (een groot woord voor dit weggetje) moeten we echt stapvoets rijden, al is het alleen maar vanwege de overstekende voetgangers.

Pas als we weer thuis zijn, lezen we wat we hier hebben gemist: de ijssalon van Carnac Plage, met 180 ijssoorten !

gereden: 49 km.

Terug op camping Les Druides gaan we naar een plaatsje tegenover de plek waar we de vorige nacht stonden. Dat hebben we 's morgens bij vertrek al geregeld, want we misten de schaduw bij deze hoge temperaturen. Zon is uiteraard geen probleem, maar als je na een warme dag terugkomt op de camping, is schaduw ook erg prettig. Het was gelukkig geen enkel probleem te verkassen, tot verbazing van onze Franse buren die zich afvroegen waarom we de campingstoelen ineens ergens anders gingen zetten. Zo was voor nieuwkomers in ieder geval duidelijk dat deze plek bezet is: gasten worden namelijk geacht eerst zelf een rondje te lopen en dan hun keuze bij de receptie te melden.

maandag 21 juni...  
Met de Heppiebuzz via Auray naar Vannes

VancouverVancouver

Helaas moeten we het met een geleende foto van Auray doen:
we kunnen onze Heppiebuzz nergens parkeren

Dat is het heerlijke van een campervakantie: we passen ter plekke de route aan. De afgelopen dagen hebben we wat 'tijd gewonnen', dus kunnen we ons nu een rondje om de Golfe du Morbihan veroorloven. Bovendien: als we kasteel Josselin zouden gaan bezoeken, dan lopen we weer kans dat we tegen een dinsdag-sluiting aanlopen.

We volgen eerst de route naar Auray, een stad met een historisch centrum en natuurlijk vakwerkhuizen. Het is er druk, vanwege de markt. We rijden een aantal rondjes en vinden helaas geen plekje om de Heppiebuzz neer te zetten. Jammer voor Auray: dan maar door richting Vannes.

Vancouver

Vannes: meer dan bezienswaardig

Hier hopen we meer succes te hebben, want ook deze stad staat in de toeristische gidsen omschreven als zeer bezienswaardig. Het middeleeuwse centrum is een wirwar van straatjes, waarlangs mooi gerestaureerde vakwerkhuizen staan. We hebben in onze 'vakantiebijbel' gezien dat we een rondwandeling heel goed kunnen beginnen bij de Place Gambetta, maar dan moeten we natuurlijk wel eerst de Heppiebuzz kwijt. Er worden wel enkele parkeergarages aangegeven, maar daar zijn we natuurlijk te hoog voor. Gelukkig lukt het op zeg maar een 'steenworp afstand' van Gambetta in een straat een mooi plekje te vinden.

Het is nu een kwestie van een plein oversteken en we komen bij de oude stad.

Het blijkt niets teveel gezegd: dit is een mooi centrum. We lopen onder de Porte St Vincent door en slaan dan meteen linksaf. Ook dit is weer zo'n lekkere slenterstad. Bij de plaatselijke bakker scoren we een stokbrood, zodat we van een 'echt' Franse lunch kunnen genieten.

Het is schitterend om te zien dat rond het Place Henri IV nog zoveel vakwerkhuizen uit zelfs de 15e en 16e eeuw staan. In de middeleeuwen werd hier een onder de bevolking zeer populaire vogeltjesmarkt gehouden. Achter dit plein staat de kathedraal Saint Pierre, waarvan een deel wordt gerestaureerd. Het gebouw heeft een prachtig deurportaal in een laatgotische stijl.

Een van de meest bijzondere gebouwen van Vannes is wellicht het huis van ''Vannes et sa femme''. Zeker als je dat combineert met het uithangbord dat even verderop aan een gevel hangt. Zou zij hier vaste klant zijn?

We kunnen veilig onder de Porte Prison doorlopen

We lopen weer onder een van de stadspoorten door: die draagt de toepasselijke naam Porte Prison. Is het dus meteen duidelijk waar ze deze vroeger voor gebruikten ;-)) Het was destijds de belangrijkste toegangspoort van Vannes.

Aan deze zijde van de stad is de omwalling -uiteraard met de nodige restauraties- goed in tact gebleven. Direct naast de muur liggen fraai aangelegde tuinen. Schitterend om te zien.

 

Bij de Port Poterne -gebouwd in de 13e eeuw- vind je nog washuizen langs het riviertje de Marle dat langs de omwalling stroomt. Deze dateren uit 1820 en waren zelfs kort na de Tweede Wereldoorlog nog in gebruik.

Wij lopen weer terug naar de buzz en gaan dan via Noyalo en Saint Armel op weg richting Sarzeau. Daarmee rij je in een grote boog om de Golfe du Morbihan heen, de baai met zijn tientallen eilandjes. Eenenveertig daarvan zijn zelfs bewoond: je vindt er een of meer huizen, uiteraard ook op de toeristisch grootste twee: het Ile d'Arz en het ile Berder.

Wij rijden echter eerst door naar de meest westelijke punt: Port Navalo. Dit is een klein havenstadje, dat helemaal de sfeer van Bretagne ademt. Het is daardoor wel erg toeristisch, mede vanwege het kustpad met de mooie uitzichten. 

Port
Navalo

Overnachten op Le Bohat

We verlaten deze toch indrukwekende Golf du Morbihan en rijden nu weer ''terug'' richting Sarzeau. Even daarvoor ligt namelijk de camping die we voor vandaag hebben uitgezocht: Le Bohat. Ziet er goed verzorgd uit en we vinden een heel aardig plekje.

 

(camping schijnt nu -2017- een andere naam te hebben -Capfun Lodge- en de rust is er volgens een aantal beoordelingen ver te zoeken; vooraf goed zoeken loont de moeite).

gereden: 89 km.

naar nantes via Roche St. Bernard en Saint Nazaire en door naar Rennes