het begin van onze camperreis door Bretagne  rondtrekken door Bretagne: vanaf Paimpol
  rondreis Bretagne van Sees via Versailles en Amiens naar Maubeuge

Rondreis met de camper

via Beauport naar paimpol en een rondje Pontrieux Via Saint Pol de Léon naar Telgruc sur Mer

woensdag 16 juni...   Wandeling bij Camaret-sur-Mer en door naar Concarneau     voor het laatst bijgewerkt op:  07-10-2017

REISVERSLAG

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Om half elf zijn we toch nog vertrokken bij Le Panoramic. Beiden hadden we niet zo'n goed gevoel over deze camping. We waren van plan er twee nachten te blijven, maar we hebben afgerekend en daarmee onze handen vrij om vanmiddag elders onderdak te vinden.

We gaan waarschijnlijk na onze wandeling in Camaret-sur-Mer door naar de camping die we vervolgens al op het oog hadden: in Corcarneau.

Maar eerst gaan we via Lanveoc naar Camaret-sur-Mer. We zien vlakbij het centrum al een parkeerplek en zetten daar de buzz neer. Het blijkt dat ze in deze gemeente nog erg ''campervriendelijk zijn": je mag op veel plaatsen staan, alleen niet bij het landhoofd naast de haven. Die plekken zijn gereserveerd voor mensen met een bootje. En dus staat er eerst een en als we teruglopen nog een tweede camper. Je hebt hier een goed uitzicht op de haven met al zijn plezierboten, maar ook met de schepen die hier liggen te verroesten. Ooit was hier namelijk een helling om ook bij eb nog onderhoud aan de schepen te kunnen plegen, maar na het plotseling ineenstorten van de handel op kreeft -vanwege strengere Europese regels en toenemende concurrentie- verdween ook het scheepsonderhoud.

Het kerkje dat gewijd is aan de heilige Maria van Rocamadour -waar we twee jaar geleden zijn geweest- is bescheiden van omvang maar juist daardoor erg mooi. Natuurlijk steken we ook hier weer twee kaarsjes op. Ook dit kerkje was een belangrijke 'stopplaats' voor de pelgrims.

 

De levendige haven van Camaret sur Mer

Wandelen bij Pointe du Grand Gouin

We lopen terug, naar het door de ANWB -ja, die werkt hier ook- aangegeven beginpunt van de wandeling richting Pointe du Grand Gouin. Direct daarna beginnen we al pittig te klimmen, langs de gemarkeerde route.

Daardoor zitten we al snel vele meters hoger dan zeeniveau en hebben we een goed uitzicht op Cantemer en zijn haven. Juist als we enthousiast beginnen te worden, gaat het met de markering niet goed (of wij letten niet op en missen er een; dat kan natuurlijk ook).

We zouden de kustlijn moeten volgen, maar dreigen nu terug te gaan richting een dorp. Even zoeken, wat heen en weer lopen en dan zien we toch een smal paadje dat omoog voert. Na vijf minuten zien we net onder ons drie andere wandelaars die blijkbaar wel het goede pad hebben.

Gelukkig komt ons paadje daar ook op uit. De markeringen zien we nu ook weer.

De route voert nu naar het hoogste punt: Pointe du Grand Gouin, waar we restanten van een fort zien.

En zoals Loes laat zien, heb je van hieruit een mooi uitzicht op de baai, de Anse de Gouin en daar was natuurlijk ook precies voor de bewaking deze plek uitgekozen. Wat betreft de foto's ben ik achteraf niet zo tevreden, omdat alles heel ver weg is en je eigenlijk voorgrond danwel 'vulling' mist.

 

Als we nu wat meer in zuidelijke richting doorlopen, zien we eerst nog in de verte en dan al snel dichterbij het fort du Toulinguet liggen, in 1811 -dus precies 'op het laatste moment' (maar dat wist hij toen niet)- door Napoléon gebouwd. Het is nog steeds militair gebied. Uiteraard voert de wandeling daar niet heen: wij mogen nu eerst stevig dalen.

Pointe du Grand Gouin met fort Toulinguet; met dank aan Keith Eckstein.

De route voert naar het strand en  dan... we waren er al bang voor: mogen we zo ongeveer net zoveel stijgen als we zojuist gedaald zijn. Dit is een best pittig stuk, ondanks de mededeling in de routebeschrijving dat het nergens moeilijk is en je dit ook met avontuurlijke kinderen kunt doen. We zien Julian en Ferdinand hier al klauteren.

Als we vanaf de ruïne van het Manoir de Paul Roux -een Frans dichter- doorlopen, komen we bij een klein megalietenveld: de 140 Alignements de Lagatmar. De rest van de voorgestelde wandeling laten voor wat die is: we willen vanmiddag ook nog gewoon even op de camping uitrusten, van de avond genieten en de nodige aantekeningen voor ons reisverslag Bretagne uitwerken. We hebben van dit deel in ieder geval erg genoten.

bron: ''Bretgane, reisgids met 30 dagtochten'' - ANWB

Voor de terugweg wilden we eigenlijk nog naar Morgat en dan langs danwel door Crozon, maar we rijden 'gewoon' de korte route terug naar Concarneau.

gereden: 119 km.

Camping Les Sables Blancs bij Concarneau

donderdag 17 juni...
We verkennen Concarneau

Het centrum van Concarneau, met de haven en de zandbanken

We gaan te voet 'binnendoor' naar het centrum van Corcarneau. De camping heeft namelijk een aparte uitgang -alleen voor wandelaars- die met een code-slot is beveiligd. Het is nu maar zo'n 1,5 km naar de haven en je krijgt een keurig kaartje mee met uitgebreide beschrijving, zodat je precies weet hoe je moet lopen. Na een kwartiertje staan we dan ook voor de deur van het toeristenbureau.

Dit is een fantastische service! 

Concarneau is een zogenoemd ''Ville-clos'' een besloten stad, als vesting in het water gebouwd naar een idee van ene meneer Vauban, Frankrijks grootste militair bouwer. Dit is goed op onderstaand plaatje te zien.

Het toeristenbureau is snel gevonden en naast de info -met stadswandeling- uit de Capitoolgids hebben we nu nog wat extra gegevens. Er is slechts één toegang en direct onder de poort door zien we links de bekende klokkentoren: wisten ze in die tijd tenminste ook hoe laat het was. Direct achter de driehoekige binnenplaats, waar we het eerste ''wielenkunstwerk'' zien,  zijn de Tour du Major en de Tour du Gouverneur behouden gebleven. Er vlak achter ligt nog het Maison du Gouverneur, een van de oudste huizen.

De oudste versterkingen op het eiland Le Conq -eerst bewoond door monniken- dateren uit de 13e eeuw. In 1491 huwde Anne van Bretagne met Karel VIII en werd het een 'koninklijke stad': de op drie na grootste vesting van Bretagne.

In 1851 kwam hier de eerste visfabriek en vijftig jaar later waren het er al dertig. Toen de sardine rond 1905 verdwenen, kwamen veel gezinnen in de financiële problemen.

Tijdens de Fêtes des Filets Bleus werd voor de gezinnen veel geld opgehaald. Nog steeds is het de op twee na grootste vissershaven van Frankrijk.

 

Fietskunst met een grote K

Fietsstad Houten kan nog wat leren van Concarneau

We hebben het al eerder geroepen: als Houten zich wil profileren als Fietsstad, moet je dat bijvoorbeeld ook met kunstwerken laten zien. Tot onze verrassing komen we die dus in Concarneau tegen. Op de middenstrook in de weg langs de boulevard staan diverse ''fietsen'' die op ludieke wijze onderhanden zijn genomen.

Wij lopen voorbij het deel dat nog als vissershaven wordt gebruikt en komen dan bij La Fôret Fouesnant, een Villadorp met een aardige calvaire (een mooi kruisbeeld) en een apart kerkje.

Op de terugweg naar het centrum zien we nog een alleraardigst neefje van onze Heppiebuzz staan. Zo te zien zijn leven ooit als pick-up begonnen en daarna als opbouw en dus leef-/woonruimte de bovenbouw van een caravan gekregen. Bovendien in een opvallende kleur geschilderd, maar juist dat vindt Loes niet mooi.

Ongetwijfeld zul je er net iets meer ruimte in hebben dan bij ons het geval is, omdat het zowel in hoogte als breedte iets scheelt.

Neefje van onze Heppiebuzz??

Het laatste stuk is weer een kwestie van terugwandelen naar de camping, in de omgekeerde volgorde als op ons kaartje is aangegeven. We ontdekken dan ook dat als we vanaf het camper-neefje rechtdoor waren gelopen, de route een heel stuk korter was geweest ;-))

Na wederom een heerlijke avond buiten gaan we weer op één oor, alvast dromend van de dag van morgen: op weg naar Quimper.

gelopen: 8 km. rondje Quimper en door naar Carnac