

|
zondag 13 november gereden: 113 km.
Op
weg naar het Stoom-
Klik op de kaart
voor een groter overzicht van de ZigZag
|
Windsor/Clarendon - Richmond - Bilpin - Clarence - ZIGZAG Railway - Lithgow
We
gaan vandaag de outback van Sydney bezoeken: de Blue Mountains.
Volgens de campingbeheerder is dat ruim een uur rijden, dus dat is te
doen. We
volgen de Bells Line of Road en gaan richting Windsor. Dan volgt al snel Richmond
en vervolgens Dean Park.
Op naar Bell -waaraan de weg zijn naam dankt- en dan de Newnes Junction. We zijn nu al bijna bij Lithgow, maar even daarvoor ligt onze tussenstop voor vandaag: de ZigZag-Railway in Clarendon. We boffen, zo hadden we thuis via internet al uitgevonden, want dit jaar bestaat het spoor 150 jaar. En... nog mooier: juist dit weekend is er een groots stoomevenement: Steam Up 2005. Alle locomotieven en treinen die ze hebben, rijden vandaag!
Korte geschiedenis:
Het is even voor tweeën als we het parkeerterrein oprijden en Loes gaat alvast een broodje smeren. Ik zal de gasfles aanzetten, maar er klinkt al een stoomfluit dus komt het kind boven: ik ben weg.
Een half uur later, nauwelijks tijd om de lunch te gebruiken, kopen we kaartjes en gaan de trein in. GEWELDIG! Dit is één groot feest. Klokslag drie uur gaan we richting Top Point Station. We passeren Mt Sinaï Halt en het is duidelijk dat daar al héél lang geleden iemand is ingestapt.
Ook de volgende halte -Nr 1 Viaduct- gaan we gewoon voorbij. Er
is een enorm hoogteverschil in de lijn, dus moeten de locs -voor deze
speciale dag drie stuks, maar normaal natuurlijk maar één- terugsteken om
'kop te maken'. Dat leverde deze lijn zijn naam op: de Zig-Zag-Railway. Als we weer op weg zijn naar het eindpunt, komen we nog langs twee schitterende boogviaducten en zien we nu van onderaf Nr. 1 Viaduct liggen. We passeren nog Rose Gardens: geen roos te bekennen en ook geen reizigers, dus door naar het eindpunt: Bottom Point Station. Daar gaan de locs wederom kop maken en krijgt de blauwe een flinke slok water. Dan begint de rit terug: zeg maar alles in omgekeerde volgorde.
We zigzaggen weer bij Top Point, waar we de diesel passeren die de volgende rit voor zijn rekening heeft genomen, en doen onderweg weer snel alle ramen en deuren dicht als we de tunnel ingaan. Niet iedereen heeft dat door, dus achterin onze coupé wordt flink gehoest en geproest. Even voor vijven bereiken we Clarence Station en kijken terug op een heel geslaagde nostalgische liefhebbersmiddag. De herinnering houden we nog even levend met de aanschaf van een dvd en een boekenlegger. Hulde voor al die vrijwilligers die dit in stand houden. We
lopen naar de parkeerplaats en zetten meneer Ford -ook al flink voorzien
van een roetlaag- weer aan het werk: door naar Lithgow, waar we een plekje
voor de camper zoeken. Dat lukt in het Lithgow caravan park bij Cooerwull
Road. Een alleraardigste mevrouw Meredith Johnston wijst ons een plekje
bij de 'powered place', overigens de enige vorm van onderdak die ze nog
heeft: de rest zit vol. Het blijkt een heel mooi caravanpark, slechts
twed3erde van wat we gisteren betaalden, mar met heel schone en goed
voorziene toiletten, een laundry enzovoorts. Ons uitzicht is al even
mooi: heuvels met een boogviaduct en geiten op de voorgrond die graag
een bosje gras van ons aannemen. |
|
maandag 14 november gereden: 149 km.
De drie versteende zussen staan al eeuwen in het dal van Katoomba te pronken, nadat het niet meer gelukt was hen na de betovering opnieuw tot leven te wekken.
Meer meebeleven van de
BlueMountains? |
Lithgow - Springwood - Badgerys C - Campbelltown Net voorbij Lithgow slaan we linksaf naar de Great Western Highway, waar we eerst Hartley tegenkomen.
Vervolgens belanden we bij de Mount Victoria, een stadje op het hoogste punt van de Blue Mountains. We vervolgen de route naar Blackheath, waar we een warm broodje bij de plaatselijke bakker halen en genieten van de mooie struiken die in dit 'Rhododendron-village' te zinden zijn. dan gaan we door naar Katoomba.
We rijden nu bovenlangs het Blue Mountains National Park, via Lawson, Woodford en Springwood naar Glenbrook, de 'toegangspoort' van de Blue Mountains (tenminste: als je van de andere kant komt ;-)) We blijven de Great Western volgen naar Penrith, want anders komen we op de veel te drukke Western Midway. We gaan rechtsaf de Northern road op richting Campbelltown, niet te verwarren met de gelijknamige stad op Tasmanië. Vlak vóór dit stadje staat weer een overnachting gepland -in Camden- waar we inderdaad een aardige camoping vinden. De eigenaar heeft echter het toegangshek al gesloten, maar -zo horen we van een van de gasten- als je geluk hebt ''..even omlopen en op de achterdeur kloppen..'', wil hij nog weleens een oogje dichtknijpen. Dat doet hij inderdaad voor ons ook: de poort gaat open, maar de administratieve en financiële rompslomp doet hij morgenochtend wel. Wij vinden het prima! |
|
Illawarra Coast dinsdag 15 november gereden: 158 km. De Illawarra Coast tussen Wollongong en Nowra biedt mooi uitzichten.
|
Campbelltown - Wollongon - Princess Highway - Kiama - Nowra
Zoals afgesproken gaan we 's morgens voor het vertrek onze schuld
vereffenen.
We rijden terug naar de 60, maar missen de afrit naar Bulli. Helaas: het duurt dus wat langer voordat we echt langs de kust rijden. De eerste grote plaats die we daar tegenkomen is Wollongong, een erg rommelige stad die we dan ook maar links laten liggen. Hier begint de Illawarra Coast. We rijden westelijk van het Lake Illawarra, maar achteraf hadden we wat beter op de kaart moeten kijken: een meer toeristische route voert ook hier dichter langs de kust.
Ook het paarse postkantoor blijft in onze herinnering bewaard. Bij Gerringong gaat de Princess wat verder van de kust af, maar wij blijven de kustroute volgen via kleinere plaatsjes als Gerring, naar Shoalhaven. Dit is een niet al te grote kustplaats, maar wel een van de oudste 'vestigingsplaatsen' van hen die hier hun geluk kwamen beproeven. Het is ook heden ten dage nog een bezienswaardig vissersdorp. Een langgerekt natuurpark met de naam Seven Mile Beach NP begeleidt de route. Helaas valt het laatste stukje wat tegen, dus eindigt de rit bij Nowra. Hier vinden we onderdak -nou ja, beter gezegd: een powered site- bij de tweede camping, in het zuidelijk deel van wat eigenlijk een tweelingstad boven/onder de rivier is. |
|
naar Braidwood woensdag 16 november gereden: 297 km.
Braidwood is in alle opzichten een bezoekje waard. |
Nowra - Ulladulla - Batemans Bay - Braidwood - Doughboy - Queanbeyan De route voor vandaag is drastisch aangepast, want de bedachte tocht rechtstreeks naar Braidwood vanaf Tomerong gaat over een gravelroad. We blijven de Princess Highway langs de kust volgen, hoewel we hadden gehoopt onderweg meer zee te zien. Ulladulla heeft weinig te bieden, dus we rijden door naar Batemans Bay en nemen dan de afslag naar de 52 die naar Braidwood gaat. Niets teveel gezegd: een oud historisch goudzoekersstadje waar we de vele gebouwen uit vervlogen tijden op de gevoelige plat vastleggen. Eén is er helaas niet meer, maar wordt wel in de folder van het toeristenbureau beschreven: hotel Pigs and Whistle, destijds aangelegd in de hoop op veel klandizie als de spoorlijn gereed was. Die is er echter nooit gekomen: het fluitje heeft er nooit weerklonken en het gebouw raakte in verval. |
|
|
Het einddoel voor vandaag -eerder blijkt er geen campingsite- is Queanbeyan. Bij het binnenrijden zien we al meteen een camping, waarvan ook nu het kantoor al dicht is. Je kunt bellen en dan komt de eigenaar met een dik boek. ''Heeft u een powered site voor vannacht?'' Het antwoord is duidelijk: ''Alleen als u in het boek staat.'' Nee, dus. Bovendien staan de cabins en caravans wel erg dicht op elkaar, dan maar door naar de volgende.
|
|
van Canberra naar Kalaru donderdag 17 november afstand: 262 km. Canberra: de stad die is opgezet om de strijdbijl tussen Melbourne en Sydney te begraven, maar waarin de 'ziel' ontbreekt.
|
Queanbeyan - Canberra - Tuggeranong - Cooma - Nimmitabel - Bega - Kalaru De tocht van vandaag gaat eerst noordwaarts naar de hoofdstad Canberra. Die willen we gewoon gezien hebben. We zijn er zo: het is maar zo'n twaalf kilometer. We fotograferen eerst hèt symbool van Canberra: het Parliament House op Capitol Hill. Of beter gezegd: in Capitol Hill, want wat wij zien is alleen het 'markeerpunt': de gebouwen bevindfen zich grotendeels ondergronds. Dan rijden we naar de noordelijke city, waar we zo'n beetje vastlopen op een parkeerterrein. Er zijn geen vrije plaatsen meer en het aantal wachtenden voor ons is nog ..tig.
Overigens ook hier weer een aanpassing van het
oorspronkelijke schema: wederom laten we door de aanwezigheid van
gravelwegen de Snowy Mountains voor wat ze zijn en richten we ons nu op de
kust.
Terug bij de camper besluiten we het geeuw- en slaapmoment te
overwinnen: we gaan een half uurtje plat. Als we eenmaal deze plaats
voorbij zijn wordt ook duidelijk waarom de bomen het moeilijk hebben: de weg
daalt nu enorm met scherpe bochten, heel steil maar nog net geen haarspeld.
We rijden al 11 kilometer vanaf Cooma en zijn nog geen tankstation
tegengekomen. Het wordt krap, maar gelukkig blijkt er een dieselpomp te
staan bij het officiële infocentrum van Bemboka. Niet dat het veel
voorstelt: een drukbezocht winkeltje van pakweg 10 m2
maar de camper is er tevreden mee en wij met ons ijsje. Op naar Bega, waar
we de inkopen doen voor het eten. Bij Kalaru is het Countryside Caravan-park
gauw gevonden: keurig om kwart voor zes melden we ons bij de receptie. Debby
Mundy schrijft ons in en haar man Mick rijdt ons op zijn brommer vooruit
naar plek 8: een werkelijk schitterende omgeving. Alles keurig verzorgd: een
aanrader voor wie hier in de buurt is en een overnachtingsadres zoekt. Ruime
plekken, keurig verzorgd, veel groen -Loes is jaloers op de Agapanthus die
als afscheiding van de kampplekken dient- en schone toiletten/douches met
een keurige laundry. Een gezellige buurman ook, waarmee Léon een heel
gesprek aanknoopt. We besluiten hier morgenochtend ook nog te blijven, voor
de was en het verslag. |