|
Zaterdag 17 mei
gereden 122 km
Het af te leggen traject voert vandaag van:
van Gerardmer naar Ste Marie aux mines
Vandaag wagen we een nieuwe poging richting La Bresse,
maar dan wel met de Heppiebuzz.
We rekenen af met de campingbaas en hij loopt -in de
regen- met ons mee om de stroom eraf te halen. Het blijkt nog steeds een
goed systeem om de gasten te controleren ;-))
Het eerste stuk naar La Bresse is een fluitje van een
cent, maar we zien onderweg wel dat de beslissing gisteren om terug te
gaan de juiste is geweest: er zitten nog een paar pittige klimmetjes in.
|
In La Bresse is het druk: er staan verkeersregelaars, er
zijn omleidingen en we zien wat leden van een muziekkorps. Er is
duidelijk wat bijzonders aan de hand en ondanks alle drukte slagen we
erin de buzz niet zo ver uit het centrum te parkeren. Het blijkt dat
hier het 45e congres van oud-strijders in Afrika wordt gehouden. Er zal
rond twaalf uur een plechtig moment bij het monument voor de gevallenen
zijn.
Wij lopen dus eerst even een stukje het dorp in en maken wat
foto's, onder andere bij het immense kerkhof. Het is tevens een mooie
gelegenheid even wat kersen te kopen, een verse baguette mee te nemen en
een bak koffie te doen. Vlak voor twaalf realiseren we ons dat het
winkeltje waar we uilen hebben gezien, zo dadelijk dicht gaat, dus daar
lopen we eerst even naar toe. Er worden weer twee mooie exemplaren
aangeschaft.
Dan is het tijd voor de parade. We kiezen een
strategische plek op een muurtje, zodat we geen last hebben van mensen
die voor ons staan.
Het korps stelt zich op, onder leiding van een bekkenist die als enige
een witte pluim draagt tussen alle rode. Helaas, het is me te ver weg om
me hier als maître aan te melden
;-)) Een hele stoet vaandel- en vlaggendragers schaart zich achter de
muziek, gevolgd door het voetvolk. Heel indrukwekkend. |
|
|
|

We doen een verassende
ontdekking |
Zij gaan nu verder naar
het kerkhof en wij nemen de buzz weer mee, richting Col de la Schlucht.
Dit eerste stukje, via de D34, staat bekend als de Collinne de Vologne.
Daarna wordt het de Route de Crêtes. We stoppen even om een broodje te
eten en kijken dan nog maar eens een keer onder de motorkap, om te
ontdekken waar de oliepeilstok zit. Tenslotte willen we niet in de
problemen komen en zonder olie staan. Dan doen we een heel verrassende
ontdekking: het is duidelijk dat de buzz -waar dan ook- een flinke tijd
heeft stilgestaan. Aan de bestuurderskant zit een soort plateautje en
daarop vinden we... een vogelnest. Niet zomaar slechts gebouwd en verder
niet, nee... de poepsporen wijzen erop dat het flinke tijd bewoond is
geweest. We laten het ter plekke achter ;-))
We vervolgen de Route
de Crêtes en genieten weer van al het natuurschoon waar we doorheen
rijden. Het volgende doel is Ste Marie-aux-Mines, een niet al te groot
dorp maar met een Acsi-camping. We zijn er 'al' om half drie en
besluiten dan om nog even door te rijden naar het nabijgelegen St. Die
om er de boodschappen te doen. |
|
De keuze valt op de Super-U. Een grote zaak en dus ook
met een ruime keuze. We lopen er een half uurtje rond, vergaren de
boodschappen en gaan dan opnieuw richting Ste Marie, dat nog zo'n 16
kilometer verder ligt.

Aan de rand echter
van St. Die zien we een filiaal van de FAP. Die hebben ons een paar
dagen geleden goed geholpen met de banden, dus gaan we hier vragen wat
ze van de motorolie vinden. Een van de monteurs kijkt het na, komt tot
de conclusie dat het niveau nog goed is en wenst ons goede reis. |
Ho, ho... zo vlot gaat
dat niet. We willen graag een kannetje reserve mee, stel dat we in de
Pyreneeën veel gaan gebruiken. Hij doet alle moeite om en lege jerrycan
te vinden, spoelt die netjes schoon en loopt naar de baas om een beetje
olie voor ons te vragen. Die is natuurlijk ook niet van gisteren en zegt
dat hij net zo goed een can uit de showroom/verkoopruimte kan halen. Dat
lijkt ons ook logisch, hoewel bij het afrekenen blijkt dat de prijs wat
minder logisch is (bij de supermarkt zien we dezelfde hoeveelheid twee
dagen later voor de helft van de prijs ;-))
Tegen de klok van vijf bereiken we opnieuw Ste Marie,
waar we op zoek gaan naar de camping. Daarvoor moeten we eerst een stuk
door het dorp, dan over een opgebroken weg waar de vering wordt
uitgetest (waarom zou je het verkeer omleiden??) en dan naar een steeds
smaller wordend weggetje. Uiteindelijk kom je dan uit bij 'Les Reflêtes
du Val d'Argent'. Buzz aan de kant, naar de receptie, Hallo, volk! maar
daar is niemand aanwezig. We gaan dus uit van het -veel vaker
toegepaste- principe zoek een plekje en meldt het later. Een ruige
camping, met duidelijk ook veel caravans die hier langere tijd staan
-maar waar nooit leven te ontdekken valt- maar wel leuk. Juist als we
ons installeren, stopt er een werkwagentje. De beheerder is -ondanks de
zaterdag- druk aan het bomen rooien en straks maken we de papierwinkel
wel in orde. Is goed.
Toch moet ik hem nog
even storen: het elektra blijkt niet aan te sluiten. Ja, natuurlijk, ik
heb een Franse stekker gebruikt... De 'gaatjes' zijn echter beveiligd en
dat blijkt een kwestie van flink doordrukken; dan lukt het wel. |
|
Zondag 18 mei
gereden 48 km
De route voert ons vandaag:
van Ste Marie aux Mines naar Eguisheim.
We beginnen de dag -na het ochtendritueel- natuurlijk
met afrekenen. Gegevens van ons zijn nooit genoteerd, want ook toen ik
om kwart voor zeven 's avonds naar de receptie liep, bleek er niemand te
zijn. Maar goed, we krijgen netjes de rekening en na het voldoen van 12
euro en een paar dubbeltjes toeristenbelasting kunnen we weer met een
schoon geweten op pad.



De afstand die we
vandaag gaan afleggen is niet zo erg groot. We nemen de D416 richting
Ribeauvillé, een met groen gemarkeerde -dus mooie- weg. |
Als we langs het
centrum van Ribeauvillé rijden, besluiten we de bus aan de kant te
zetten. Er staat een bordje 'wandelroute naar het centrum', dus
lijkt het ons wel wat even uit te stappen. Inderdaad: een leuk dorp met diverse
ooievaarsnesten. In de buurt zit namelijk een ooievaarsdorp, dus
vertoeven ze ook in de omgeving. In het -als ooievaarsstadje
aangekondigde- centrum kijken we rond en het blijkt geen slechte keus. Het centrum heeft een heel
charmante uitstraling en we zijn al snel drukdoende met foto- en
video-opnames.
Het is iedere keer
spetterig en op een gegeven moment gaat het zelfs gieten. Loes heeft een
regenjack aan, maar ik heb alleen mijn pluutje. We strijken even op een
terras neer, maar moeten toch weer verder. We scoren nog een uiltje en
een vingerhoed met een ‘’hibou’’. |
 |
We vervolgen onze route richting Colmar, waarbij we
vlak langs het ooievaarsdorp komen. We besluiten er even een kijkje te
nemen, maar zijn snel genezen als we de prijs zien die ze voor de entree
vragen: 8 euro, terwijl het nog steeds regent (waar zij weer niks aan
kunnen doen ;-)).
Op de parkeerplaats lopen vier kinderbezorgers los en dat vinden we
genoeg. We gaan verder richting Colmar.
Het stadje Colmar was ons al aanbevolen als een zeer
geslaagde stop en dat blijkt het zeker te zijn. Echt in Elzasser/Duitse
stijl met veel vakwerk. We lopen er ruim anderhalf uur rond.. |

We gaan eerst even bij het office
langs, om nog wat ideeën voor de omgeving op te halen. |
|
|
|
Dan
gaan we verder zuidwaarts naar Eguisheim, waar we in de gids weer een
camping hebben gevonden. Eerst melden bij het kantoor; hier moet je zeer
tegen onze zin je paspoort afgeven. ''U gaat eerst te voet een
plaatsje zoeken en dan komt u terug om te zeggen waar u staat.'' Het gaat
allemaal wat onvriendelijk.

Camping Des Trois Chateaux
in Eguisheim (ACSI -941)
Eerst gaan we naar het sani-station, waar we
de afvaltank legen en schoon water innemen. We draaien in op plaats 66,
maar veel privacy is er niet. De Belsche buurman heeft zijn auto voor
het gemak maar half op onze plek gezet, maar komt hem toch wel weghalen.
Het begint te gieten, dus dat wordt niet buiten wat drinken. |
Ondanks de –gelukkig al
wat lichter wordende- regen besluiten we in het dorp te gaan eten. We
lopen naar het centrum en worden verrast door de prachtige Elzasser
straatjes. Elke stap die je zet is een foto waard, Dit is echt niet te
geloven, zo mooi. Ik raak helemaal geëmotioneerd als ik eraan denk hoe
m’n vader dit zou hebben gevonden. Hij zou het meteen op een schilderij
hebben vastgelegd en enorm genoten van al het moois wat hier te zien
valt. Ik (we) wist(en) niet dat zoiets bestaat!!!
|
|
 |
|
In Alzingen konden we
op 12 mei niet slagen een restaurantje te vinden, om daar de 62e
verjaardag van Léon te vieren. Nu lukt dat wel: we hebben tijdens onze
rondwandeling vanmiddag een leuk restaurant ontdekt en gaan naar binnen.
Het is een beetje onduidelijk waar je moet zijn om een tafeltje te
reserveren, maar dan komt er toch iemand opdagen.
Ze
zegt nog het een en ander te moeten klaarzetten -naar Franse begrippen
zijn we blijkbaar vroeg- maar vraagt ons toch of we haar willen volgen.
Ze loopt echter naar de keuken en als ze ziet dat we braaf achter haar
aankomen, wijst ze ons er licht geïrriteerd op dat we in het halletje
moeten wachten. Ze komt zo terug, zegt ze. We wachten nog even,
besluiten dat het ons te lang duurt en staan binnen vijf minuten weer
buiten.
We
gaan dus op zoek naar een ander restaurant. Dat vinden we in de kelder
van een van die vele mooie woningen: Caveau Heuhaus. We dalen de trap af, schuiven het
zware, rode velours gordijn opzij en staan dan in een heel knusse ruimte
met gewelven. We worden direct vriendelijk ontvangen en naar een vrij
tafeltje geleid. Kijk, dat is andere koek.
De bediening is vlot en
vriendelijk en wij genieten -naast ons biertje en wijntje, van twee
heerlijke streekgerechten.
|
|
Maandag 19 mei
gereden 186 km
We nemen wederom de Heppiebuz, vandaag:
van Eguisheim naar Huanne.
We hebben besloten toch verder te gaan: de sfeer en de
outillage bevallen ons hier niet: de douche- en toiletruimte zijn erg
Spartaans: de wind giert om je blote, natte lijf en er is over het
algemeen weinig comfort. Ze moeten hier nog een hoop leren.
Overigens is de receptioniste van vandaag een stuk
vriendelijker dan haar zondagse collega.
We gaan nog een keer het dorpje in om wat
foto’s te maken, bij daglicht, en zetten de camper neer bij een van de
doorgaande wegen langs het dorp. Binnen een halve minuut staan we weer in
het schilderachtig centrum.
|
tweede fotoserie Eguisheim |
|
Na diverse plaatjes en centimeters film vertrekken we
–via de snelweg om wat kilometers te maken- richting Thann. |
In dit stadje halen we
een verse baguette bij de plaatselijke ome Aris en bewonderen we een
politie-agente die, pakweg 1.60m groot en net uit de luiers, maar zeer
kordaat, het verkeer regelt ;-))
We doen een straatje om
en trekken dan verder. Bestemming is nu een klein dorp waar de Route
Joffre begint, opnieuw eentje met veel klimmen en dalen, zoals ook al
blijkt uit de 'toeristische markering' op de kaart.
Via Masevauz en
Rougemont-le-Chateau komen we bij het stadje Belfort. Daar zetten we de
camper weer neer om de citadel te bezoeken. Een stevige jongen, die alle
waardering oproept voor de kennis van bouwen van fortificaties in
vroeger tijden. Daar moeten ze flink werk aan hebben gehad en aan alles
is gedacht: lopend kom je via haarspeldbochten boven, maar er is dus ook
en alternatieve route voor verkeer op wielen. Die bereiken het binnenste
van de citadel pas als ze een aantal bruggen en poorten zijn gepasseerd
en vroeger dus evenzovele keren konden worden
tegengehouden. Knap werk. Als je bovenop dit bouwwerk staat, heb je een
mooi uitzicht over de stad. |
|
We vervolgen de route
via de N83 richting Arbois. Een mooi weg die we flink wat kilometers
kunnen volgen met een lekker gangetje. De volgende grotere stad is Long
le Saumur en dan gaan we richting Macon. We buigen af naar
Bourg-en-Bresse en komen dan op een heel klein weggetje naar een nog
kleiner dorpje: Huanne Martin.
|
Er staan keurige verwijzingsborden,
al vanaf 20 km voor het dorpje, anders zouden we het hier niet hebben gezocht.
Ziet er leuk uit, aan een meer, ideaal voor kinderen om te kanoën,
waterfietsen of naar het verwarmde zwembad te gaan. Alle activiteiten
gratis.
Betalen moet je
wel voor de wasmachine (4 euro), maar we zijn wel weer aan wat schoons
toe. Je krijgt wel waar voor je geld: als Loes de machinedeur wil openen,
lukt dat niet. Ze drukt wat knopjes in en hij begint opnieuw. Het is
blijkbaar naar zijn mening erg vuil, want hoe we in de loop van de avond
ook diverse keren proberen met alle programma’s, met spoelen en
centrifugeren: hij blijft de hele nacht doordraaien.

|
|
|