terug naar de basispagina van de Heppiebuzz                                                naar andere reisverslagen- nog niet met de camper

    Meer weten? Stuur een e-mail !
 vanuit Houten naar Frankrijk    vervolg van week 2  verslag eerste deel week 3
 verslag eerste deel week 4  verslag eerste deel week 5  verslag eerste deel week 6  de laatste vakantiedagen

We vertrekken uit Gerardmer en gaan verder de Vogezen in.  We trekken iets meer naar het oosten, mar gaan dan onverbiddelijk zuidwaarts, richting Jura.

We verkennen de Vogezen

week 2:
17 t/m 22 mei 2008
Gerardmer - Ste Marie aux Mines - Eguisheim

Zaterdag 17 mei         gereden 122 km

Het af te leggen traject voert vandaag van:
van Gerardmer naar Ste Marie aux mines

Vandaag wagen we een nieuwe poging richting La Bresse, maar dan wel met de Heppiebuzz.

We rekenen af met de campingbaas en hij loopt -in de regen- met ons mee om de stroom eraf te halen. Het blijkt nog steeds een goed systeem om de gasten te controleren ;-))

Het eerste stuk naar La Bresse is een fluitje van een cent, maar we zien onderweg wel dat de beslissing gisteren om terug te gaan de juiste is geweest: er zitten nog een paar pittige klimmetjes in.

In La Bresse is het druk: er staan verkeersregelaars, er zijn omleidingen en we zien wat leden van een muziekkorps. Er is duidelijk wat bijzonders aan de hand en ondanks alle drukte slagen we erin de buzz niet zo ver uit het centrum te parkeren. Het blijkt dat hier het 45e congres van oud-strijders in Afrika wordt gehouden. Er zal rond twaalf uur een plechtig moment bij het monument voor de gevallenen zijn. Wij lopen dus eerst even een stukje het dorp in en maken wat foto's, onder andere bij het immense kerkhof. Het is tevens een mooie gelegenheid even wat kersen te kopen, een verse baguette mee te nemen en een bak koffie te doen. Vlak voor twaalf realiseren we ons dat het winkeltje waar we uilen hebben gezien, zo dadelijk dicht gaat, dus daar lopen we eerst even naar toe. Er worden weer twee mooie exemplaren aangeschaft.

 

Dan is het tijd voor de parade. We kiezen een strategische plek op een muurtje, zodat we geen last hebben van mensen die voor ons staan.
Het korps stelt zich op, onder leiding van een bekkenist die als enige een witte pluim draagt tussen alle rode. Helaas, het is me te ver weg om me hier als maître aan te melden ;-)) Een hele stoet vaandel- en vlaggendragers schaart zich achter de muziek, gevolgd door het voetvolk. Heel indrukwekkend.

 

 

 

 

We doen een verassende ontdekking

Zij gaan nu verder naar het kerkhof en wij nemen de buzz weer mee, richting Col de la Schlucht. Dit eerste stukje, via de D34, staat bekend als de Collinne de Vologne. Daarna wordt het de Route de Crêtes. We stoppen even om een broodje te eten en kijken dan nog maar eens een keer onder de motorkap, om te ontdekken waar de oliepeilstok zit. Tenslotte willen we niet in de problemen komen en zonder olie staan. Dan doen we een heel verrassende ontdekking: het is duidelijk dat de buzz -waar dan ook- een flinke tijd heeft stilgestaan. Aan de bestuurderskant zit een soort plateautje en daarop vinden we... een vogelnest. Niet zomaar slechts gebouwd en verder niet, nee... de poepsporen wijzen erop dat het flinke tijd bewoond is geweest. We laten het ter plekke achter ;-))

 

We vervolgen de Route de Crêtes en genieten weer van al het natuurschoon waar we doorheen rijden. Het volgende doel is Ste Marie-aux-Mines, een niet al te groot dorp maar met een Acsi-camping. We zijn er 'al' om half drie en besluiten dan om nog even door te rijden naar het nabijgelegen St. Die om er de boodschappen te doen.

De keuze valt op de Super-U. Een grote zaak en dus ook met een ruime keuze. We lopen er een half uurtje rond, vergaren de boodschappen en gaan dan opnieuw richting Ste Marie, dat nog zo'n 16 kilometer verder ligt.

Aan de rand echter van St. Die zien we een filiaal van de FAP. Die hebben ons een paar dagen geleden goed geholpen met de banden, dus gaan we hier vragen wat ze van de motorolie vinden. Een van de monteurs kijkt het na, komt tot de conclusie dat het niveau nog goed is en wenst ons goede reis.

Ho, ho... zo vlot gaat dat niet. We willen graag een kannetje reserve mee, stel dat we in de Pyreneeën veel gaan gebruiken. Hij doet alle moeite om en lege jerrycan te vinden, spoelt die netjes schoon en loopt naar de baas om een beetje olie voor ons te vragen. Die is natuurlijk ook niet van gisteren en zegt dat hij net zo goed een can uit de showroom/verkoopruimte kan halen. Dat lijkt ons ook logisch, hoewel bij het afrekenen blijkt dat de prijs wat minder logisch is (bij de supermarkt zien we dezelfde hoeveelheid twee dagen later voor de helft van de prijs ;-))

Tegen de klok van vijf bereiken we opnieuw Ste Marie, waar we op zoek gaan naar de camping. Daarvoor moeten we eerst een stuk door het dorp, dan over een opgebroken weg waar de vering wordt uitgetest (waarom zou je het verkeer omleiden??) en dan naar een steeds smaller wordend weggetje. Uiteindelijk kom je dan uit bij 'Les Reflêtes du Val d'Argent'. Buzz aan de kant, naar de receptie, Hallo, volk! maar daar is niemand aanwezig. We gaan dus uit van het -veel vaker toegepaste- principe zoek een plekje en meldt het later. Een ruige camping, met duidelijk ook veel caravans die hier langere tijd staan -maar waar nooit leven te ontdekken valt- maar wel leuk. Juist als we ons installeren, stopt er een werkwagentje. De beheerder is -ondanks de zaterdag- druk aan het bomen rooien en straks maken we de papierwinkel wel in orde. Is goed.

Toch moet ik hem nog even storen: het elektra blijkt niet aan te sluiten. Ja, natuurlijk, ik heb een Franse stekker gebruikt... De 'gaatjes' zijn echter beveiligd en dat blijkt een kwestie van flink doordrukken; dan lukt het wel.

Zondag 18 mei          gereden 48 km

De route voert ons vandaag:
van Ste Marie aux Mines naar Eguisheim.

We beginnen de dag -na het ochtendritueel- natuurlijk met afrekenen. Gegevens van ons zijn nooit genoteerd, want ook toen ik om kwart voor zeven 's avonds naar de receptie liep, bleek er niemand te zijn. Maar goed, we krijgen netjes de rekening en na het voldoen van 12 euro en een paar dubbeltjes toeristenbelasting kunnen we weer met een schoon geweten op pad.

 

 

 

 

 

 

 

 

De afstand die we vandaag gaan afleggen is niet zo erg groot. We nemen de D416 richting Ribeauvillé, een met groen gemarkeerde -dus mooie- weg.

 Als we langs het centrum van Ribeauvillé rijden, besluiten we de bus aan de kant te zetten. Er staat een bordje 'wandelroute naar het centrum', dus lijkt het ons wel wat even uit te stappen. Inderdaad: een leuk dorp met diverse ooievaarsnesten. In de buurt zit namelijk een ooievaarsdorp, dus vertoeven ze ook in de omgeving.  In het -als ooievaarsstadje aangekondigde- centrum kijken  we rond en het blijkt geen slechte keus. Het centrum heeft een heel charmante uitstraling en we zijn al snel drukdoende met foto- en video-opnames.

Het is iedere keer spetterig en op een gegeven moment gaat het zelfs gieten. Loes heeft een regenjack aan, maar ik heb alleen mijn pluutje. We strijken even op een terras neer, maar moeten toch weer verder. We scoren nog een uiltje en een vingerhoed met een ‘’hibou’’.

We vervolgen onze route richting Colmar, waarbij we vlak langs het ooievaarsdorp komen. We besluiten er even een kijkje te nemen, maar zijn snel genezen als we de prijs zien die ze voor de entree vragen: 8 euro, terwijl het nog steeds regent (waar zij weer niks aan kunnen doen ;-)).

Op de parkeerplaats lopen vier kinderbezorgers los en dat vinden we genoeg. We gaan verder richting Colmar.

 

Het stadje Colmar was ons al aanbevolen als een zeer geslaagde stop en dat blijkt het zeker te zijn. Echt in Elzasser/Duitse stijl met veel vakwerk. We lopen er ruim anderhalf uur rond..

We gaan eerst even bij het office langs, om nog wat ideeën voor de omgeving op te halen.

 

 

 

Dan gaan we verder zuidwaarts naar Eguisheim, waar we in de gids weer een camping hebben gevonden. Eerst melden bij het kantoor; hier moet je zeer tegen onze zin je paspoort afgeven. ''U gaat eerst te voet een plaatsje zoeken en dan komt u terug om te zeggen waar u staat.'' Het gaat allemaal wat onvriendelijk.

 

Camping Des Trois Chateaux
in Eguisheim (ACSI -941)

 

Eerst gaan we naar het sani-station, waar we de afvaltank legen en schoon water innemen. We draaien in op plaats 66, maar veel privacy is er niet. De Belsche buurman heeft zijn auto voor het gemak maar half op onze plek gezet, maar komt hem toch wel weghalen. Het begint te gieten, dus dat wordt niet buiten wat drinken.

Ondanks de –gelukkig al wat lichter wordende- regen besluiten we in het dorp te gaan eten. We lopen naar het centrum en worden verrast door de prachtige Elzasser straatjes. Elke stap die je zet is een foto waard, Dit is echt niet te geloven, zo mooi. Ik raak helemaal geëmotioneerd als ik eraan denk hoe m’n vader dit zou hebben gevonden. Hij zou het meteen op een schilderij hebben vastgelegd en enorm genoten van al het moois wat hier te zien valt. Ik (we) wist(en) niet dat zoiets bestaat!!!

 

 

In Alzingen konden we op 12 mei niet slagen een restaurantje te vinden, om daar de 62e verjaardag van Léon te vieren. Nu lukt dat wel: we hebben tijdens onze rondwandeling vanmiddag een leuk restaurant ontdekt en gaan naar binnen. Het is een beetje onduidelijk waar je moet zijn om een tafeltje te reserveren, maar dan komt er toch iemand opdagen. Ze zegt nog het een en ander te moeten klaarzetten -naar Franse begrippen zijn we blijkbaar vroeg- maar vraagt ons toch of we haar willen volgen. Ze loopt echter naar de keuken en als ze ziet dat we braaf achter haar aankomen, wijst ze ons er licht geïrriteerd op dat we in het halletje moeten wachten. Ze komt zo terug, zegt ze. We wachten nog even, besluiten dat het ons te lang duurt en staan binnen vijf minuten weer buiten.

We gaan dus op zoek naar een ander restaurant. Dat vinden we in de kelder van een van die vele mooie woningen: Caveau Heuhaus. We dalen de trap af, schuiven het zware, rode velours gordijn opzij en staan dan in een heel knusse ruimte met gewelven. We worden direct vriendelijk ontvangen en naar een vrij tafeltje geleid. Kijk, dat is andere koek.

De bediening is vlot en vriendelijk en wij genieten -naast ons biertje en wijntje, van twee heerlijke streekgerechten.

 

Maandag 19 mei        gereden 186 km

We nemen wederom de Heppiebuz, vandaag:
van Eguisheim naar Huanne.

We hebben besloten toch verder te gaan: de sfeer en de outillage bevallen ons hier niet: de douche- en toiletruimte zijn erg Spartaans: de wind giert om je blote, natte lijf en er is over het algemeen weinig comfort. Ze moeten hier nog een hoop leren.

Overigens is de receptioniste van vandaag een stuk vriendelijker dan haar zondagse collega.
We gaan nog een keer het dorpje in om wat foto’s te maken, bij daglicht, en zetten de camper neer bij een van de doorgaande wegen langs het dorp. Binnen een halve minuut staan we weer in het schilderachtig centrum.

 

 

 

Na diverse plaatjes en centimeters film vertrekken we –via de snelweg om wat kilometers te maken- richting Thann.

In dit stadje halen we een verse baguette bij de plaatselijke ome Aris en bewonderen we een politie-agente die, pakweg 1.60m groot en net uit de luiers, maar zeer kordaat, het verkeer regelt ;-))

We doen een straatje om en trekken dan verder. Bestemming is nu een klein dorp waar de Route Joffre begint, opnieuw eentje met veel klimmen en dalen, zoals ook al blijkt uit de 'toeristische markering' op de kaart.

Via Masevauz en Rougemont-le-Chateau komen we bij het stadje Belfort. Daar zetten we de camper weer neer om de citadel te bezoeken. Een stevige jongen, die alle waardering oproept voor de kennis van bouwen van fortificaties in vroeger tijden. Daar moeten ze flink werk aan hebben gehad en aan alles is gedacht: lopend kom je via haarspeldbochten boven, maar er is dus ook en alternatieve route voor verkeer op wielen. Die bereiken het binnenste van de citadel pas als ze een aantal bruggen en poorten zijn gepasseerd en vroeger dus evenzovele keren konden worden tegengehouden. Knap werk. Als je bovenop dit bouwwerk staat, heb je een mooi uitzicht over de stad.

We vervolgen de route via de N83 richting Arbois. Een mooi weg die we flink wat kilometers kunnen volgen met een lekker gangetje. De volgende grotere stad is Long le Saumur en dan gaan we richting Macon. We buigen af naar Bourg-en-Bresse en komen dan op een heel klein weggetje naar een nog kleiner dorpje: Huanne Martin. 

Er staan keurige verwijzingsborden, al vanaf 20 km voor het dorpje, anders zouden we het hier niet hebben gezocht. Ziet er leuk uit, aan een meer, ideaal voor kinderen om te kanoën, waterfietsen of naar het verwarmde zwembad te gaan. Alle activiteiten gratis. 

Betalen moet je wel voor de wasmachine (4 euro), maar we zijn wel weer aan wat schoons toe. Je krijgt wel waar voor je geld: als Loes de machinedeur wil openen, lukt dat niet. Ze drukt wat knopjes in en hij begint opnieuw. Het is blijkbaar naar zijn mening erg vuil, want hoe we in de loop van de avond ook diverse keren proberen met alle programma’s, met spoelen en centrifugeren: hij blijft de hele nacht doordraaien. vervolg week 2